{"id":"aha26-live-latent","type":"article","url":"https://hartvaat.nl/2026/11/07/latent-een-ai-algoritme-dat-op-het-sinusritme-ecg-boezemfibrilleren-voorspelt-le/","title":"LATENT: een AI-algoritme dat op het sinusritme-ECG boezemfibrilleren voorspelt, levert met gerichte holtermonitoring iets meer diagnoses en voorstadia op, maar het verschil hangt aan één event","title_en":"LATENT: an AI algorithm that predicts atrial fibrillation from the sinus-rhythm ECG yields slightly more diagnoses and pre-AF findings with targeted Holter monitoring, but the difference hinges on a single event","category":"atriumfibrilleren","category_label":"Atriumfibrilleren","professions":["cardioloog","huisarts","internist"],"tags":["aha-2026","ai-ecg","kunstmatige-intelligentie"],"journal":"Circulation","doi":"10.1161/CIRCULATIONAHA.126.083540","source_url":"https://doi.org/10.1161/CIRCULATIONAHA.126.083540","authors":["Lee CC, Lin WY, Liu WT, et al.; Lin C, Lin CS (Taiwan)"],"significance":6,"published":"2026-11-07","source_date":"2026-11-07","image":"https://hartvaat.nl/global/img/5e441e3156a1.webp","kennis":["https://hartvaat.nl/kennis/atriumfibrilleren/screenen-op-af/","https://hartvaat.nl/kennis/atriumfibrilleren/sotalol-bij-af/"],"congress":"aha-2026","summary_en":"Presented in FS.03 at AHA 2026 (Saturday 7 November) and published simultaneously in Circulation. LATENT is a single-centre, open-label randomised trial in Taiwan of 14,665 adults aged 40 to 85 without known AF or flutter, randomised to an AI-ECG-guided strategy (7,337) or usual care (7,328). In the intervention arm, participants whose sinus-rhythm ECG of the preceding year was classified high risk by the AI model (84, 1.1 percent) were offered up to 7 days of Holter monitoring; 48 (57.1 percent) accepted, and 48 age- and sex-matched controls (selected before the control ECGs were analysed) received identical monitoring to limit ascertainment bias. Reporting cardiologists were blinded. Primary outcome: newly detected AF, flutter or prespecified pre-AF atrial findings (frequent or runs of premature atrial complexes, non-sustained AF/flutter) within 90 days: 54 (0.74 percent) versus 35 (0.48 percent), odds ratio 1.54 (95 percent CI 1.01 to 2.37), P = 0.046; reclassifying one intervention event to a non-event moves P to 0.057. The effect was confined to the high-risk group (32.1 versus 2.6 percent; 0.4 versus 0.5 percent among low-risk participants, P interaction below 0.001). AF/flutter detection (0.3 versus 0.2 percent) and antiarrhythmic therapy at 180 days (2.3 versus 2.4 percent) did not differ. Monitoring-related adverse events (skin reactions, discomfort) 22.9 versus 18.8 percent of monitored participants. The authors call the result statistically fragile and a foundation for larger outcome trials.","created":"2026-11-08T17:24:13Z","updated":"2026-11-08T17:24:13Z","licence":"Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies.","body_markdown":"Chicago, zondag 8 november. Een algoritme dat op een gewoon twaalfafleidingen-ECG in sinusritme ziet wie binnenkort boezemfibrilleren krijgt, bestaat al enkele jaren (Mayo Clinic liet het in 2019 zien) en is het soort toepassing waarvoor de term AI-ECG is bedacht. Of zo'n voorspelling ook tot meer diagnoses leidt als je er gericht op gaat monitoren, was nog niet gerandomiseerd getest. LATENT uit Taiwan deed dat bij bijna 15.000 mensen. De uitkomst is positief op papier en fragiel in werkelijkheid: het verschil verdwijnt als één event anders wordt geclassificeerd. Gepresenteerd zaterdag in de ritmesessie, gelijktijdig gepubliceerd in Circulation.\n\n## De studie\n\nIn één centrum in Taiwan werden 14.665 volwassenen van 40 tot 85 jaar zonder bekend boezemfibrilleren of -flutter gerandomiseerd naar een AI-ECG-gestuurde strategie (7.337) of gebruikelijke zorg (7.328), open-label. Bij de interventiegroep beoordeelde het algoritme het sinusritme-ECG van het voorafgaande jaar; wie als hoogrisico werd aangemerkt (84 deelnemers, 1,1 procent), kreeg een holter van maximaal zeven dagen aangeboden. 48 van hen (57,1 procent) deden mee. Om te voorkomen dat het verschil alleen door méér monitoren zou ontstaan, kreeg voor elke gemonitorde hoogrisicodeelnemer een op leeftijd en geslacht gematchte controledeelnemer dezelfde holter; die controles werden gekozen vóórdat hun ECG door het algoritme was beoordeeld. De beoordelende cardiologen wisten niet in welke groep iemand zat of wat het algoritme zei. Het primaire eindpunt was binnen 90 dagen nieuw vastgesteld boezemfibrilleren, flutter of een vooraf gedefinieerd voorstadium: frequente of korte reeksen atriale extrasystolen, of niet-aanhoudend boezemfibrilleren.\n\n## De uitkomsten\n\n- Primair eindpunt: 54 deelnemers (0,74 procent) in de interventiegroep tegen 35 (0,48 procent) in de controlegroep; odds ratio 1,54 (95%-BI 1,01 tot 2,37), p = 0,046. Eén event in de interventiegroep anders classificeren brengt de p op 0,057.\n- Het effect zat volledig bij de hoogrisicogroep: 32,1 tegen 2,6 procent; bij de laagrisicodeelnemers 0,4 tegen 0,5 procent (p voor interactie onder 0,001).\n- Boezemfibrilleren of flutter zelf: 0,3 tegen 0,2 procent, geen significant verschil. Start van antiaritmische therapie na 180 dagen: 2,3 tegen 2,4 procent.\n- Door deelnemers gemelde bijwerkingen van het monitoren (huidreacties, ongemak): 22,9 tegen 18,8 procent van de gemonitorden.\n\n## Duiding\n\nDe studie doet twee dingen tegelijk goed en één ding niet. Goed: het algoritme werkt als risicostratificatie (één op de drie hoogrisico-ECG's leidde tot een bevinding, tegen één op de veertig gematchte controles), en de opzet met gematchte, even intensief gemonitorde controles is netter dan de meeste screeningsstudies. Niet goed: het primaire eindpunt is grotendeels gevuld met voorstadia waarvan de klinische betekenis onzeker is, het harde eindpunt (boezemfibrilleren zelf) verschilde niet, en de helft van de hoogrisicogroep wilde geen holter. De auteurs zijn daar eerlijk over en noemen het resultaat 'statistisch fragiel'. Wat de studie in elk geval niet laat zien, is dat deze aanpak beroertes voorkomt; dat is de vraag die [LOOP](article:6ff4ea4b3d23) en [STROKESTOP](article:a7ec2334fcea) met conventionele screening al zo moeizaam beantwoordden.\n\n## Voor de praktijk\n\nIn Nederland maakt elke huisartsenpraktijk en elk ziekenhuis dagelijks ECG's in sinusritme die niets opleveren; een algoritme dat daaruit de één procent met een hoog risico op boezemfibrilleren haalt, is aantrekkelijk en technisch binnen bereik. LATENT zegt dat die één procent inderdaad veel vaker iets heeft, en dat je ze met een holter kunt vinden. Het zegt niet dat je ze moet behandelen of dat zij er beter van worden. Tot een uitkomstenstudie dat laat zien, blijft de NHG-lijn staan: opportunistisch de pols voelen bij 65-plussers, een ECG bij een onregelmatige pols, en geen bevolkingsonderzoek. Zie ook [STROKESTOP II: stapsgewijze AF-screening met NT-proBNP](article:e0f36c4f9aa0).\n\n## Lees ook\n\n- [Systematische AF-screening en klinische uitkomsten: Lancet STROKESTOP](article:a7ec2334fcea)\n- [AF-screening naar genetisch risico: LOOP subanalyse](article:6ff4ea4b3d23)\n- [Alle AHA 2026-berichten op onze congrespagina](/congres/aha-2026/)","abstract_original":""}