{"id":"aha26-live-hrt-clalit","type":"article","url":"https://hartvaat.nl/2026/11/07/moderne-hormoontherapie-rond-de-overgang-geeft-in-12-jaar-geen-extra-hartinfarct/","title":"Moderne hormoontherapie rond de overgang geeft in 12 jaar geen extra hartinfarcten, beroertes, trombose of vroege sterfte: 52.330 gematchte vrouwen van 45 tot 59 jaar","title_en":"Contemporary hormone therapy around menopause shows no excess heart attack, stroke, thrombosis or early death over 12 years: 52,330 matched women aged 45 to 59","category":"preventie","category_label":"Preventie","professions":["apotheker","cardioloog","huisarts","internist"],"tags":["aha-2026"],"journal":"AHA 2026 (abstract MDP0654, Moderated Digital Poster)","doi":"","source_url":"","authors":["Arbel R, et al. (Clalit Health Services, Sapir College)"],"significance":7,"published":"2026-11-07","source_date":"2026-11-07","image":"https://hartvaat.nl/global/img/c2e4671a935a.webp","kennis":["https://hartvaat.nl/kennis/cardiometabool/diabetes-type-1-en-hart/","https://hartvaat.nl/kennis/cardiometabool/diabetes-en-cardiovasculair-risico/"],"congress":"aha-2026","summary_en":"Presented at AHA 2026 (Moderated Digital Poster 23, Saturday 7 November; abstract MDP0654; public since the AHA release of 2 November). Ronen Arbel (Clalit Health Services, Tel Aviv, and Sapir College) matched 26,165 women aged 45 to 59 who started contemporary hormone replacement therapy (oral, patch or gel) with the same number who had recently seen a gynaecologist but did not, all without prior cardiovascular disease, venous thromboembolism or cancer, matched on age, BMI, blood pressure, lipids, diabetes, smoking and socioeconomic status. Over a mean 12 years (up to 23), atherosclerotic events occurred in 2,311 (4.4 percent) on HRT versus 2,383 (4.6 percent) without, death before 80 in 659 (1.3 percent) versus 653 (1.2 percent) and venous thromboembolism in 0.33 percent of both groups (174 versus 175); similar across formulations and routes. Observational, with probable healthy-user bias and classification by first HRT type only; it adds to the evidence that starting modern HRT within the window around menopause does not raise cardiovascular risk, but cannot settle the VTE question that randomised trials raised for oral oestrogen.","created":"2026-11-07T07:24:23Z","updated":"2026-11-07T07:24:23Z","licence":"Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies.","body_markdown":"Chicago, zaterdag 7 november. De angst voor het hart is de meest genoemde reden waarom vrouwen hormoontherapie in de overgang afwijzen, en waarom artsen aarzelen die aan te bieden. Een Israëlische cohortstudie die vandaag als moderated digital poster op AHA 2026 wordt gepresenteerd, zet daar een groot en lang gevolgd cohort tegenover: bij ruim 52.000 vrouwen van 45 tot 59 jaar zonder hart- en vaatziekte gaf het starten van moderne hormoontherapie in gemiddeld twaalf jaar geen extra hartinfarcten, beroertes, veneuze trombose of vroege sterfte. De cijfers zijn sinds het persbericht van de American Heart Association van 2 november openbaar.\n\n## De studie\n\nRonen Arbel (Clalit Health Services, Tel Aviv, en Sapir College in Sderot) gebruikte de dossiers van Clalit, de grootste zorgverzekeraar van Israël. De onderzoekers selecteerden 52.330 vrouwen van 45 tot 59 jaar zonder voorgeschiedenis van hart- en vaatziekte, veneuze trombo-embolie of kanker. De helft was gestart met hormoontherapie, vooral oraal en/of transdermaal (pleister), de andere helft had kort daarvoor een gynaecoloog bezocht maar begon er niet aan en bleef er gedurende de studie van af. Beide groepen werden gematcht op leeftijd, BMI, bloeddruk, cholesterol, diabetes type 1 of 2, roken en sociaaleconomische status. De follow-up liep tot 23 jaar, gemiddeld twaalf jaar. Uitkomsten: atherosclerotische hart- en vaatziekte (hartinfarct, beroerte en verwante diagnosen), veneuze trombo-embolie en sterfte voor het tachtigste jaar.\n\n## De uitkomsten\n\n- Atherosclerotische hart- en vaatziekte: 2.311 vrouwen (4,4 procent) in de hormoongroep tegen 2.383 (4,6 procent) in de groep zonder hormoontherapie.\n- Sterfte voor het tachtigste jaar: 659 (1,3 procent) tegen 653 (1,2 procent).\n- Veneuze trombo-embolie: 0,33 procent in beide groepen (174 tegen 175 vrouwen).\n- De resultaten waren vergelijkbaar voor alle preparaten en toedieningsvormen: oraal, pleister en gel.\n\n\"Voor vrouwen van midden veertig tot eind vijftig zonder voorgeschiedenis van hartziekte of trombose lijken de huidige hormoontherapieën het risico op hartinfarct, beroerte, stolsels of vroege sterfte niet te verhogen, ook niet na langdurig gebruik\", aldus Arbel in het persbericht. Stacey Rosen, oud-voorzitter van de AHA en niet bij de studie betrokken, noemt het een aanvulling op het groeiende bewijs dat de huidige hormoontherapie voor gezonde vrouwen die rond de menopauze starten geen extra risico geeft.\n\n## Duiding\n\nDe studie past bij de 'timing-hypothese' die sinds de heranalyses van de Women's Health Initiative dominant is: de schade in de oude trials kwam vooral van oudere preparaten, hogere doses en een start lang na de menopauze. De Amerikaanse FDA schrapte in november 2025 de zwarte-kaderwaarschuwing op hormoonpreparaten. Dit cohort is groot, de follow-up lang en de matching degelijk, maar het blijft observationeel. Vrouwen die hormoontherapie krijgen en volhouden zijn vaak gezonder dan de dossiers laten zien (healthy-user-bias), lichaamsbeweging, voeding en de ernst van overgangsklachten ontbreken, en de vrouwen zijn ingedeeld op het eerste preparaat zonder latere wisselingen. Dat ook de veneuze trombose niet verschilt, is opvallend: gerandomiseerde trials vonden voor orale oestrogenen wel een verhoogd risico, en een dossierstudie kan dat niet weerleggen. Het is een abstract: niet peer-reviewed en voorlopig tot de volledige publicatie.\n\n## Voor de praktijk\n\nVoor de huisarts en de gynaecoloog bevestigt dit wat de Nederlandse richtlijnen al zeggen: bij een gezonde vrouw met hinderlijke overgangsklachten die binnen tien jaar na de menopauze en voor haar zestigste start, is cardiovasculair risico op zichzelf geen reden om hormoontherapie te onthouden. Bij een verhoogd tromboserisico blijft de transdermale route de voorkeur houden, en bij bestaande hart- en vaatziekte gelden andere afwegingen. De overgang blijft tegelijk een moment om het cardiovasculaire risicoprofiel op te maken, zie [de preventiekansen in de middenleeftijd](article:ef5c63a10afb) en [de tien klinische vragen over de menopauzale transitie](article:2c7de1f2aa19).\n\n## Lees ook\n\n- [Lp(a)-spiegels stijgen tijdens de menopauze: herhaalde bepaling nodig](article:c875d050d663)\n- [Koreaanse studie van 3,7 miljoen postmenopauzale vrouwen: hormonale levensloop en hartfalenrisico](article:017c7a91636a)\n- [Alle AHA 2026-berichten op onze congrespagina](/congres/aha-2026/)","abstract_original":""}