# DAPARHT: dapagliflozine remt het nierfunctieverlies bij harttransplantatiepatiënten, met Rotterdam, Groningen en Utrecht als drie van de zes centra

*geplaatst 2026-11-08 · Hartfalen · Circulation · doi 10.1161/CIRCULATIONAHA.126.083760 · https://hartvaat.nl/2026/11/08/daparht-dapagliflozine-remt-het-nierfunctieverlies-bij-harttransplantatiepatient/*

Chicago, zondag 8 november. Wie een donorhart krijgt, krijgt er een nierprobleem bij: de calcineurineremmers die afstoting voorkomen, tasten de nieren aan, en een deel van de ontvangers eindigt op dialyse of met een tweede transplantatie, van een nier. SGLT2-remmers beschermen de nier bij diabetes, hartfalen en chronische nierziekte, maar bij harttransplantatiepatiënten was dat nooit gerandomiseerd onderzocht. DAPARHT deed het, in zes centra in Noord-Europa, waarvan drie Nederlandse: het Erasmus MC in Rotterdam (Olivier Manintveld, Jasper Brugts, Yannick Taverne), het UMCG in Groningen (Kevin Damman, Jozine ter Maaten) en het UMC Utrecht (Mariusz Szymanski, Manon van der Meer). Kaspar Broch van het Oslo Universiteitsziekenhuis presenteerde de uitkomst vanmiddag; het artikel verscheen tegelijk in Circulation.

## De studie

DAPARHT (DAPAgliflozin for Renal protection in Heart Transplant recipients) is een door onderzoekers opgezette, dubbelblinde, placebogecontroleerde studie. Tussen juni 2022 en september 2025 werden 430 volwassen ontvangers die minstens een jaar eerder een harttransplantatie hadden ondergaan en een eGFR van 25 ml/min/1,73 m2 of hoger hadden, 1:1 gerandomiseerd naar dapagliflozine 10 mg of placebo, eenmaal daags gedurende twaalf maanden (217 tegen 213; 424 patiënten met minstens één eGFR-meting na de start vormden de analyseset). De deelnemers waren gemiddeld 53 jaar, 29 procent was vrouw, de eGFR bij de start was gemiddeld 67 en de transplantatie lag mediaan zeven jaar (3 tot 13) achter hen. Het primaire eindpunt was de chronische helling van de eGFR, gemeten van twee weken na de start tot het einde van de geblindeerde twaalf maanden. Die twee weken zijn bewust gekozen: SGLT2-remmers geven aanvankelijk een hemodynamische dip in de filtratie die niets met schade te maken heeft.

## De uitkomsten

- Verandering van de eGFR van week 2 tot maand 12: plus 2,0 ml/min/1,73 m2 (95%-BI 1,0 tot 3,1) met dapagliflozine tegen plus 0,3 (min 0,8 tot 1,4) met placebo; verschil 1,7 ml/min/1,73 m2 (0,1 tot 3,3), p = 0,03.
- Veiligheid: geen onverwachte signalen; bijwerkingen, infecties inbegrepen, kwamen in beide groepen even vaak voor.
- De patiënten in de dapagliflozinegroep gaan door in een open-label verlenging van 24 maanden; die uitkomsten volgen.

## Duiding

Het verschil van 1,7 ml/min in een jaar oogt klein, maar het gaat om een helling: wie elk jaar een paar milliliter filtratie behoudt, stelt dialyse jaren uit. In de grote nierstudies bij diabetes en CKD (DAPA-CKD, EMPA-KIDNEY) was het verschil in de chronische helling van dezelfde orde en vertaalde het zich in minder nierfalen. Dat is hier niet bewezen: twaalf maanden en 430 patiënten zijn te weinig voor harde nieruitkomsten, en de studie zegt niets over afstoting, over de interactie met tacrolimus of over de kwetsbare eerste maanden na transplantatie (die waren uitgesloten). Wat de studie wel wegneemt, is de aarzeling over veiligheid: infecties, de grootste zorg bij immuungesupprimeerde patiënten die een middel krijgen dat glucose in de urine brengt, waren niet vaker. Het begeleidende redactioneel in Circulation (Wijayaratne en Haynes, Oxford) draagt de titel 'Protecting the Kidneys After Replacing the Heart' en noemt dit een volgende rol voor SGLT2-remmers.

## Voor de praktijk

Nederland doet elk jaar enkele tientallen harttransplantaties; de zorg voor de ontvangers loopt via Rotterdam, Groningen en Utrecht, precies de drie centra die meededen. Voor de cardioloog en de nefroloog die hen begeleiden, is dit het eerste gerandomiseerde argument om dapagliflozine te overwegen bij een dalende nierfunctie na transplantatie, zoals dat bij hartfalen en CKD al gewoon is. Voor de huisarts en de apotheker geldt wat bij elke SGLT2-remmer geldt: let op volumestatus en genitale infecties, en stop tijdelijk bij ziekte met braken of diarree (sick-day-regel). De eerste eGFR-daling na de start is verwacht en geen reden om te staken. Zie ook [Nierbescherming na harttransplantatie: risicoreductie en therapeutische mogelijkheden](article:21fc60154329).

## Lees ook

- [ESC-consensus richtlijn voor de zorg aan harttransplantatiepatiënten in de reguliere praktijk](article:6463ec0fb4ed)
- [IRONMET-HFpEF uit dezelfde sessie: één ijzerinfuus verbetert de inspanningscapaciteit bij HFpEF](article:aha26-live-ironmet-hfpef)
- [Alle AHA 2026-berichten op onze congrespagina](/congres/aha-2026/)

## English: DAPARHT: dapagliflozin slows the loss of kidney function in heart transplant recipients, with Rotterdam, Groningen and Utrecht as three of the six centres

Presented in FS.07 at AHA 2026 (Sunday 8 November) and published simultaneously in Circulation. DAPARHT (Dapagliflozin for Renal Protection in Heart Transplant Recipients) is an investigator-initiated, double-blind, placebo-controlled trial at six heart transplant centres in Northern Europe, led from Oslo University Hospital (Kaspar Broch, Lars Gullestad) with Erasmus MC Rotterdam, UMC Groningen and UMC Utrecht among the centres. Between June 2022 and September 2025, 430 adult recipients at least one year after transplantation with an eGFR of 25 mL/min/1.73 m2 or more were randomised 1:1 to dapagliflozin 10 mg or placebo for 12 months (217 versus 213; 424 in the full analysis set). Mean age 53, 29 percent women, baseline eGFR 67, median 7 years after transplantation. Primary endpoint: the chronic eGFR slope from 2 weeks to 12 months. The eGFR rose by 2.0 (95 percent CI 1.0 to 3.1) mL/min/1.73 m2 with dapagliflozin versus 0.3 (minus 0.8 to 1.4) with placebo, a difference of 1.7 (0.1 to 3.3), P = 0.03. No unexpected safety signals; adverse events including infections were similar. The first randomised trial of an SGLT2 inhibitor in heart transplant recipients; a 24-month open-label extension follows.

Auteurs: Holmen S, Manintveld O, Damman K, et al.; Broch K (Rotterdam: Manintveld, Brugts, Taverne; Groningen: Damman, ter Maaten; Utrecht: Szymanski, van der Meer)

---
Bron: Circulation, https://doi.org/10.1161/CIRCULATIONAHA.126.083760. Bijgewerkt 2026-11-08T17:24:13Z. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies.
