# Bridging bij perioperatieve anticoagulatie

*Antistolling · Praktijk · https://hartvaat.nl/kennis/antistolling/bridging-anticoagulatie-perioperatief/*

Perioperatief management van anticoagulantia vereist balancering van bloedings- en trombo-embolisch risico. De BRIDGE-trial (2015) toonde dat bridging met LMWH bij AF-patiënten met laag tot intermediair trombo-embolisch risico niet nodig is en meer bloedingen geeft. Bij mechanische klepprothesen blijft bridging geïndiceerd bij hoog risico. DOACs vragen slechts onderbreking op basis van procedure-bloedingsrisico en nierfunctie.

## Kernbegrippen

- **BRIDGE-trial (2015)**: RCT bridging vs. geen bridging bij AF-patiënten die tijdelijk VKA stopten voor procedure; geen bridging non-inferior voor arteriële trombo-embolie met significant minder ernstige bloedingen (3,2% vs 1,3%); bridging overbodig bij laag-intermediair risico.
- **CHADS2/CHA2DS2-VASc-score**: Trombo-embolisch risicoscore bij AF; hoge score (CHADS2 ≥3 of mechanische mitralisklep): bridging overwegen; lage score (CHADS2 ≤2 bij AF): geen bridging conform BRIDGE-trial.
- **DOAC-onderbreking**: DOACs: stop 24 uur (laag bloedingsrisico) of 48 uur (hoog bloedingsrisico) voor procedure bij normale nierfunctie; dabigatran langer bij slechte nierfunctie (eGFR 30-50: stop 72 uur voor hoog-risico ingreep).
- **Hoog-risico procedure**: Procedures met hoog bloedingsrisico waarvoor anticoagulantia volledig gestopt moeten worden: grote abdominale chirurgie, neurochirurgie, urologische ingrepen (TURP), ruggengraatchirurgie.

## Algemene principes

Perioperatief management hangt af van: (1) indicatie voor anticoagulantie (trombo-embolisch risico bij onderbreking), (2) type procedure (bloedingsrisico), (3) type anticoagulans. Risicostratificatie is leidend voor de beslissing over bridging.

## VKA bij AF: BRIDGE-trial implicaties

BRIDGE-trial (Douketis et al., NEJM 2015): 1884 AF-patiënten stopten VKA 5 dagen voor procedure; helft kreeg bridging LMWH. Geen significant verschil in arteriële trombo-embolie (0,4% vs 0,3%); significant meer ernstige bloedingen bij bridging (3,2% vs 1,3%). Conclusie: bij AF met CHADS2 ≤2 is bridging niet geïndiceerd. Bij CHADS2 ≥3 (of eerder CVA/TIA binnen 3 maanden): overweeg bridging individueel.

## Mechanische klepprothesen: bridging wel geïndiceerd

Bij mechanische klepprothesen is het trombo-embolisch risico bij VKA-onderbreking aanzienlijk (met name mitralisklep). Protocol: stop VKA 5 dagen voor ingreep; start LMWH therapeutisch wanneer INR <2,0; stop LMWH 24 uur (LMWH 2x/dag) of 12 uur (1x/dag) voor ingreep; start LMWH 24 uur postoperatief na hemostase; hervat VKA postoperatief, stop LMWH bij INR ≥2,0 gedurende 2 opeenvolgende metingen.

## DOAC-onderbreking

DOACs vereisen geen bridging — alleen tijdige onderbreking vóór de procedure:

- Laag bloedingsrisico: stop 24h voor ingreep (apixaban, rivaroxaban, edoxaban); stop 24-48h voor dabigatran bij eGFR >50
- Hoog bloedingsrisico: stop 48h voor ingreep; dabigatran eGFR 30-50: stop 72-96h
- Hervatten: 24-48h postoperatief afhankelijk van hemostase

## Bronnen

- BRIDGE Trial — Douketis et al., NEJM 2015 https://doi.org/10.1056/NEJMoa1501035
- ESC 2020 AF Guidelines — perioperatief DOAC-beleid https://doi.org/10.1093/eurheartj/ehaa612
- PAUSE Trial (DOAC-onderbreking) — Douketis et al., JAMA Intern Med 2019 https://doi.org/10.1001/jamainternmed.2019.2396
- Farmacotherapeutisch Kompas https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/

---
Kennispagina, stand 2026-03-12. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies.
