# Frequentiecontrole bij AF: doelen en middelen

*Atriumfibrilleren · Geneesmiddel · https://hartvaat.nl/kennis/atriumfibrilleren/frequentiecontrole-af/*

Frequentiecontrole is bij de meeste patiënten met persistent of permanent atriumfibrilleren de eerste behandelstap. Het doel is het verminderen van symptomen en het voorkomen van tachycardiomyopathie. De RACE II-studie toonde dat een lenient controle-strategie (HF &lt;110 spm in rust) equivalent is aan strikte controle (HF &lt;80 spm) voor de meeste patiënten.

## Kernbegrippen

- **Frequentiecontrole**: Strategie bij AF waarbij sinusritme niet wordt nagestreefd maar de ventrikelfrequentie wordt verlaagd om symptomen te reduceren en tachycardiomyopathie te voorkomen.
- **RACE II (2010)**: RCT lenient (<110 spm) vs. strikte (<80 spm) frequentiecontrole: geen verschil in cardiovasculaire uitkomsten; lenient strategie minder belastend voor patiënt.
- **Lenient frequentiecontrole**: Streefwaarde HF <110 spm in rust; eerste-lijnsdoel conform ESC 2024; voldoende voor symptoomcontrole bij meeste patiënten.
- **Strikte frequentiecontrole**: Streefwaarde HF <80 spm in rust; overwegen bij persisterende klachten, tachycardiomyopathie of patiënt met eerder goed gecontroleerde HF.
- **AV-knoopablatie + pacemaker**: Ablatie van de AV-knoop met pacemaker-implantatie als definitieve frequentiecontrole bij refractaire tachycardie; CRT-pacemaker bij HFrEF.

## Rationale voor frequentiecontrole

Bij atriumfibrilleren is de ventrikelrespons vaak te snel (100–160 spm in rust). Dit leidt tot vermindering van het diastolisch vullingsinterval, lagere slagvolumes, verhoogde myocardiale O₂-consumptie en bij langdurige tachycardie tot tachycardiomyopathie. Frequentiecontrole is de eenvoudigste en breed toepasbare aanpak, met name bij ouderen met permanente AF en mild symptomatisch ziektebeloop.

## RACE II: lenient vs. strikte controle

RACE II (2010, n=614): randomisering naar lenient doel (HF <110 spm in rust) vs. strikt doel (HF <80 spm in rust + <110 bij matige inspanning). Primair eindpunt: composiet CV-uitkomst — geen significant verschil na 3 jaar. Lenient-arm had minder polikliniekbezoeken en medicatieaanpassingen. Conclusie: streef bij de meeste patiënten naar HF <110 spm; strikte controle bij onvoldoende symptoomrespons.

## Beschikbare middelen

- Bètablokkers: eerste keuze bij de meeste patiënten; effectief in rust en bij inspanning; voorkeur bij HFrEF (carvedilol, bisoprolol, metoprolol).
- Non-DHP calciumantagonisten (verapamil, diltiazem): effectief; gecontra-indiceerd bij HFrEF (negatief inotroop effect) en bij WPW.
- Digoxine: effectief in rust, minder bij inspanning; overwegen bij inactieve patiënten, bij HFrEF als aanvullend middel, niet als monotherapie.
- Combinaties: bètablokker + digoxine voor rustfrequentie én inspanningscontrole bij HF.

## Wanneer verwijzen naar ritmecontrole?

Frequentiecontrole faalt wanneer: symptomen persisteren ondanks adequate HF-controle; vermoeden tachycardiomyopathie; jong patiënt met paroxismaal AF en actieve levensstijl; AF-duur <1 jaar (kandidaat voor cardioversie/ablatie). Overweeg dan ritmecontrolestrategie.

## Nieuwste evidence op hartvaat.nl

- 2022-03-02 [Frequentiecontrolemiddelen verschillen in preventie van AF-progressie](https://hartvaat.nl/2022/03/02/frequentiecontrolemiddelen-verschillen-in-preventie-van-af-progressie/)

## Bronnen

- RACE II — NEJM 2010 https://doi.org/10.1056/NEJMoa1001337
- ESC 2024 AF Guidelines https://doi.org/10.1093/eurheartj/ehae272
- NHG-Standaard Atriumfibrilleren https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/atriumfibrilleren

---
Kennispagina, stand 2026-03-12. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies.
