{"id":"ritmecontrole-af","type":"kennis","url":"https://hartvaat.nl/kennis/atriumfibrilleren/ritmecontrole-af/","title":"Ritmecontrole bij AF: strategie en middelen","kind":"Geneesmiddel","group":"atriumfibrilleren","group_label":"Atriumfibrilleren","category":"atriumfibrilleren","meta_description":"Ritmecontrole bij AF streeft naar herstel en behoud van sinusritme. EAST-AFNET 4 toonde meerwaarde van vroege ritmecontrole. Leer de indicaties, middelen en de rol van ablatie.","intro":"Ritmecontrole streeft naar herstel en behoud van sinusritme bij atriumfibrilleren. EAST-AFNET 4 (2020) toonde dat vroege ritmecontrole bij recent gediagnosticeerd AF de cardiovasculaire uitkomsten significant verbetert. Farmacologische ritmecontrole met antiaritmicа of katheterablatie zijn de twee pijlers, met katheterablatie als superieure optie bij symptomatische patiënten.","key_terms":[{"term":"Ritmecontrole","definition":"Behandelstrategie bij AF gericht op herstel en behoud van sinusritme via cardioversie, antiaritmicа of ablatie; inclusief anticoagulatie."},{"term":"EAST-AFNET 4 (2020)","definition":"RCT vroege ritmecontrole vs. gebruikelijke zorg bij recent AF (<1 jaar): 21% relatieve reductie van CV-sterfte, beroerte en CV-ziekenhuisopname."},{"term":"Upstream therapy","definition":"Behandeling van AF-risicofactoren (hypertensie, obesitas, slaapapneu, diabetes) als aanvulling op antiaritmische therapie; vermindert AF-burden en recidief."},{"term":"Anticoagulatie bij ritmecontrole","definition":"Anticoagulatie wordt niet gestopt na succesvolle cardioversie of ablatie; subclinisch AF kan asymptomatisch recidiveren; CHA₂DS₂-VASc score bepaalt indicatie."},{"term":"Pill-in-the-pocket","definition":"Zelfgeïnitieerde cardioversie door patiënt met flecainide of propafenon bij episodisch paroxismaal AF; alleen bij geselecteerde patiënten zonder structureel hartlijden."}],"heading":"Ritmecontrole bij AF: indicaties, evidence en strategie","body_markdown":"## Rationale voor ritmecontrole\n\nSinusritme is fysiologisch superieur aan AF: beter slagvolume, gecoördineerde atrioventriculaire vulling, minder neurohormonale activering, en verminderd trombogeen milieu in het linkerhartsoor. Theoretisch zou ritmecontrole dus voordelig moeten zijn. AFFIRM (2002) toonde aanvankelijk geen voordeel — mogelijk omdat antiaritmicа bijwerkingen hadden die het voordeel neutraliseerden. EAST-AFNET 4 (2020) rehabiliteerde ritmecontrole met moderne middelen en vroege interventie.\n\n## EAST-AFNET 4 (2020)\n\nn=2.789, AF <12 maanden, cardiovasculaire risicofactoren. Vroege ritmecontrole (antiaritmicа + ablatie indien nodig) vs. gebruikelijke zorg. Primair eindpunt (CV-sterfte, beroerte, hartfalenopname, ACS): HR 0,79 — 21% relatieve reductie. Sterkst effect bij patiënten die ook hartfalen hadden. Conclusie: start ritmecontrole vroeg bij recent gediagnosticeerd AF met comorbiditeiten.\n\n## Wanneer ritmecontrole kiezen\n\n- Symptomatisch paroxysmaal of persisterend AF dat inadequaat wordt gecontroleerd met frequentiecontrole.\n- Recent gediagnosticeerd AF (<12 maanden) met cardiovasculaire comorbiditeiten (EAST-AFNET 4 indicatie).\n- Vermoeden tachycardiomyopathie.\n- Jonge, actieve patiënten die sinusritme wensen.\n- HFrEF + AF: katheterablatie superieur (CASTLE-AF).\n\n## Anticoagulatie continueren bij ritmecontrole\n\nAnticoagulatie wordt NIET gestopt na succesvolle cardioversie of ablatie. Reden: (1) atriale stunning na cardioversie — tromberisico tot 4 weken; (2) asymptomatisch AF-recidief is frequent en wordt gemist zonder monitoring; (3) CHA₂DS₂-VASc score ≥2 impliceert anticoagulatiebehoefte ongeacht ritme.","related":["https://hartvaat.nl/kennis/atriumfibrilleren/frequentiecontrole-af/","https://hartvaat.nl/kennis/atriumfibrilleren/katheterablatie-af/","https://hartvaat.nl/kennis/atriumfibrilleren/elektrische-cardioversie/","https://hartvaat.nl/kennis/atriumfibrilleren/esc-richtlijn-af-2024/"],"sources":[{"label":"EAST-AFNET 4 — NEJM 2020","url":"https://doi.org/10.1056/NEJMoa2019422"},{"label":"ESC 2024 AF Guidelines","url":"https://doi.org/10.1093/eurheartj/ehae272"},{"label":"NHG-Standaard Atriumfibrilleren","url":"https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/atriumfibrilleren"}],"articles":[{"url":"https://hartvaat.nl/2026/05/25/het-spectrum-van-congestie-bij-hartfalen-pathofysiologie-en-diagnostische-strate/","title":"Het spectrum van congestie bij hartfalen: pathofysiologie en diagnostische strategieën","published":"2026-05-31"},{"url":"https://hartvaat.nl/2026/02/05/driejaarsuitkomsten-van-linker-hartoorsluiting-met-of-zonder-ablatie-record-stud/","title":"Driejaarsuitkomsten van linker hartoorsluiting met of zonder ablatie: RECORD-studie","published":"2026-02-05"},{"url":"https://hartvaat.nl/2026/02/03/dare-af-dapagliflozine-vermindert-vroeg-af-recidief-na-ablatie/","title":"DARE-AF: dapagliflozine vermindert vroeg AF-recidief na ablatie","published":"2026-02-03"},{"url":"https://hartvaat.nl/2026/02/03/kortste-af-cycluslengte-in-de-longvenen-identificeert-pvi-responders/","title":"Kortste AF-cycluslengte in de longvenen identificeert PVI-responders","published":"2026-02-03"},{"url":"https://hartvaat.nl/2025/10/31/vrouwen-met-persisterend-af-pvi-alleen-is-onvoldoende/","title":"Vrouwen met persisterend AF: PVI alleen is onvoldoende","published":"2025-10-31"},{"url":"https://hartvaat.nl/2025/10/31/pfa-versus-thermale-ablatie-periprocedurale-en-middellangetermijneffecten/","title":"PFA versus thermale ablatie: periprocedurale en middellangetermijneffecten","published":"2025-10-31"},{"url":"https://hartvaat.nl/2025/10/31/herhaalde-in-situ-ablatie-versus-uitgebreide-ablatie-bij-recidief-persisterend-a/","title":"Herhaalde in-situ ablatie versus uitgebreide ablatie bij recidief persisterend AF","published":"2025-10-31"},{"url":"https://hartvaat.nl/2025/10/07/vroege-substraatablatie-versus-antiaritmica-bij-vt-gerandomiseerde-trial/","title":"Vroege substraatablatie versus antiaritmica bij VT: gerandomiseerde trial","published":"2025-10-07"},{"url":"https://hartvaat.nl/2025/10/07/atriale-cardiomyopathie-bij-recent-gediagnosticeerd-af-prevalentie-en-ernst/","title":"Atriale cardiomyopathie bij recent gediagnosticeerd AF: prevalentie en ernst","published":"2025-10-07"},{"url":"https://hartvaat.nl/2025/09/01/pvi-met-of-zonder-empirische-svc-isolatie-bij-af-ablatie/","title":"PVI met of zonder empirische SVC-isolatie bij AF-ablatie","published":"2025-09-01"},{"url":"https://hartvaat.nl/2025/08/04/pvi-met-versus-zonder-lineaire-ablatie-bij-persisterend-af-gerandomiseerde-trial/","title":"PVI met versus zonder lineaire ablatie bij persisterend AF: gerandomiseerde trial","published":"2025-08-04"},{"url":"https://hartvaat.nl/2025/07/08/catheterablatie-versus-leefstijlmodificatie-plus-antiaritmica-bij-af-gerandomise/","title":"Catheterablatie versus leefstijlmodificatie plus antiaritmica bij AF: gerandomiseerde trial","published":"2025-07-08"},{"url":"https://hartvaat.nl/2025/07/05/optimale-timing-van-anticoagulatie-na-ischemisch-cva-en-af-collaboratief-project/","title":"Optimale timing van anticoagulatie na ischemisch CVA en AF: collaboratief project","published":"2025-07-05"},{"url":"https://hartvaat.nl/2025/03/25/anticoagulatie-en-antiplaatjestherapie-bij-af-en-stabiel-coronairlijden-meta-ana/","title":"Anticoagulatie en antiplaatjestherapie bij AF en stabiel coronairlijden: meta-analyse","published":"2025-03-25"},{"url":"https://hartvaat.nl/2025/02/04/pvi-met-geoptimaliseerde-lineaire-ablatie-versus-pvi-alleen-bij-persisterend-af/","title":"PVI met geoptimaliseerde lineaire ablatie versus PVI alleen bij persisterend AF","published":"2025-02-04"},{"url":"https://hartvaat.nl/2024/12/17/ablatiestrategie-bij-af-recidief-na-duurzame-pvi/","title":"Ablatiestrategie bij AF-recidief na duurzame PVI","published":"2024-12-17"},{"url":"https://hartvaat.nl/2024/12/16/biomarkervoorspelling-van-sinusritme-bij-af-east-afnet-4-biomoleculaire-analyse/","title":"Biomarkervoorspelling van sinusritme bij AF: EAST-AFNET 4 biomoleculaire analyse","published":"2024-12-16"},{"url":"https://hartvaat.nl/2024/10/21/shensong-yangxin-voorkomt-af-recidief-na-ablatie-bij-persisterend-af/","title":"Shensong Yangxin voorkomt AF-recidief na ablatie bij persisterend AF","published":"2024-10-21"},{"url":"https://hartvaat.nl/2024/10/03/geisoleerde-versus-hybride-thoracoscopische-ablatie-bij-af-korte-en-langetermijn/","title":"Geïsoleerde versus hybride thoracoscopische ablatie bij AF: korte en langetermijn","published":"2024-10-03"},{"url":"https://hartvaat.nl/2024/08/03/catheterablatie-bij-persisterend-af-recidiefpatronen-en-kwaliteit-van-leven/","title":"Catheterablatie bij persisterend AF: recidiefpatronen en kwaliteit van leven","published":"2024-08-03"},{"url":"https://hartvaat.nl/2024/05/02/decaaf-ii-af-last-en-symptoomreductie-na-ablatie/","title":"DECAAF II: AF-last en symptoomreductie na ablatie","published":"2024-05-02"},{"url":"https://hartvaat.nl/2024/04/02/amaze-pvi-met-of-zonder-laa-ligatie-bij-af-jama-rct/","title":"aMAZE: PVI met of zonder LAA-ligatie bij AF — JAMA RCT","published":"2024-04-02"},{"url":"https://hartvaat.nl/2024/02/01/pulmonaalvenenstenose-na-pfa-versus-thermale-ablatie-vergelijking/","title":"Pulmonaalvenenstenose na PFA versus thermale ablatie: vergelijking","published":"2024-02-01"},{"url":"https://hartvaat.nl/2024/01/02/2023-acc-aha-af-richtlijn-jacc-editie/","title":"2023 ACC/AHA AF-richtlijn: JACC-editie","published":"2024-01-02"},{"url":"https://hartvaat.nl/2024/01/02/2023-acc-aha-accp-hrs-af-richtlijn-nieuwe-classificatie-en-behandelaanpak/","title":"2023 ACC/AHA/ACCP/HRS AF-richtlijn: nieuwe classificatie en behandelaanpak","published":"2024-01-02"},{"url":"https://hartvaat.nl/2023/11/14/early-unload-vroege-lv-ontlading-bij-va-ecmo-gerandomiseerde-trial/","title":"EARLY-UNLOAD: vroege LV-ontlading bij VA-ECMO — gerandomiseerde trial","published":"2023-11-14"},{"url":"https://hartvaat.nl/2023/11/02/advent-pulsed-field-ablatie-non-inferieur-aan-thermale-ablatie-bij-af-nejm/","title":"ADVENT: pulsed field ablatie non-inferieur aan thermale ablatie bij AF — NEJM","published":"2023-11-02"},{"url":"https://hartvaat.nl/2023/10/24/laaos-iii-laa-occlusie-en-anticoagulatiegebruik/","title":"LAAOS III: LAA-occlusie en anticoagulatiegebruik","published":"2023-10-24"},{"url":"https://hartvaat.nl/2023/10/12/anticoagulatie-bij-af-na-eerdere-intracraniele-bloeding-meta-analyse/","title":"Anticoagulatie bij AF na eerdere intracraniële bloeding: meta-analyse","published":"2023-10-12"},{"url":"https://hartvaat.nl/2023/08/02/af-ablatie-bij-hypertrofische-cardiomyopathie-meta-analyse/","title":"AF-ablatie bij hypertrofische cardiomyopathie: meta-analyse","published":"2023-08-02"}],"as_of":"2026-03-12","licence":"Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies."}