{"id":"insulineresistentie-mechanisme","type":"kennis","url":"https://hartvaat.nl/kennis/cardiometabool/insulineresistentie-mechanisme/","title":"Insulineresistentie en vasculaire schade: mechanisme","kind":"Mechanisme","group":"cardiometabool","group_label":"Cardiometabool","category":"algemeen","meta_description":"Insulineresistentie is het kernmechanisme achter metabool syndroom, T2D en cardiovasculaire schade. Verminderde insulinegevoeligheid activeert compensatoire hyperinsulinaemie en atherogenese.","intro":"Insulineresistentie — verminderde biologische respons op insuline in spier, lever en vetweefsel — is het pathofysiologische hart van het metabool syndroom en T2D. Het leidt tot compensatoire hyperinsulinaemie, dyslipidemie, hypertensie en endotheel­disfunctie. Begrip van dit mechanisme is essentieel voor het begrijpen van cardiometabole therapeutica.","key_terms":[{"term":"Insulinereceptorsignalering","definition":"Insuline bindt aan receptortyrosinekinase → PI3K/Akt-cascade → GLUT4-translocatie (spier/vet) en glycogensynthese; bij resistentie: vertraagde/verminderde Akt-activering."},{"term":"Ectopische vetopslag","definition":"Ophoping van lipiden in lever (NAFLD), spier en pancreas bij insulineresistentie en overvoeding; direct remmend op intracellulaire insulinesignalering."},{"term":"Compensatoire hyperinsulinaemie","definition":"Pancreashyperactiviteit als compensatie voor resistentie; stimuleert sympathicus, natriumretentie en VLDL-overproductie; eigen risicofactor."},{"term":"Ceramides en diacylglycerolen","definition":"Lipide-tussenprodukten die insulinereceptorsignalering blokkeren via serine-fosforylering van IRS-1; verhoogd bij hepatische vetinfiltratie."},{"term":"Endotheel insulineresistentie","definition":"Verminderde eNOS-activering in vasculair endotheel bij insulineresistentie → minder NO-productie → vasodilatatiestoornis en verhoogde adhesiemleculeexpressie."}],"heading":"Insulineresistentie en vasculaire schade: mechanisme","body_markdown":"## Moleculair mechanisme\n\nInsuline activeert zijn receptor (INSR), een transmembranaire tyrosinekinase. Activering leidt tot autofosforylering en recruitering van IRS-1/2 (insulinereceptorsubstraat). Via PI3K en PDK1 wordt Akt (PKB) geactiveerd, wat resulteert in: (1) GLUT4-vesikels translokeren naar celmembraan (glucoseopname in spier en vet), (2) glycogeensynthase-activering (lever en spier), (3) FOXO-remming (minder gluconeogenese). Bij insulineresistentie is de PI3K/Akt-cascade verzwakt; de MAPK-cascade (groei, proliferatie) blijft intact of is versterkt — dit verklaart de pro-atherogenitische effecten bij hyperinsulinaemie.\n\n## Weefseltargets\n\n- Spier: meest quantitatief belangrijkste insulinedoelwit (75% postprandiale glucoseopname); bij insulineresistentie: verminderde GLUT4-translokatie; lipide-intermediaten (diacylglycerolen, ceramiden) blokkeren IRS-1\n- Lever: insuline remt normaal gluconeogenese; bij resistentie blijft gluconeogenese actief (hyperglykemie nuchter); insuline stimuleert wel VLDL-synthese (hypertriglyceridemie)\n- Vetweefsel: insulineresistentie vermindert lipogenese en verhoogt lipolyse → vrije vetzuurstijging → lipotoxiciteit in lever en spier\n\n## Vasculaire consequenties\n\nIn het endotheel veroorzaakt insulineresistentie NO-deficiëntie (eNOS minder actief) en verhoogd endotheline-1 → vasodilatatie verminderd, vasoconstrictie verhoogd. Hyperinsulinaemie activeert de MAPK-route in VSMC (vaatspiercel) → proliferatie en migratie → intimaverdikking. Pro-inflammatoire adipokinen (resistin, TNF-α, IL-6) uit visceraal vet verhogen NF-κB in endotheel → adhesie­moleculen (ICAM-1, VCAM-1) → macrofaaginfiltatie → atheroscleroseprogessie.\n\n## Therapeutische aangrijpingspunten\n\n- Lichamelijke training: meest krachtige insulinegevoeligheidsverbeteraar (GLUT4-expressie stijgt, AMPK-activering)\n- Gewichtsreductie: ectopische vetafname, vrije vetzuurverlaging, adipokinenormalisatie\n- Metformine: AMPK-activering → levergluconeogenese remming\n- Thiazolidinedionen (pioglitazon): PPARγ-activering → vetceldifferentiatie, verbetering insulinegevoeligheid; aandacht voor vochtretentie\n- SGLT2-remmers: indirecte verbetering insulinegevoeligheid door gewicht- en glucoseverlies","related":["https://hartvaat.nl/kennis/cardiometabool/metabool-syndroom/","https://hartvaat.nl/kennis/cardiometabool/diabetes-en-cardiovasculair-risico/","https://hartvaat.nl/kennis/cardiometabool/obesitas-en-hart/","https://hartvaat.nl/kennis/cardiometabool/sglt2-remmers-farmacologie/"],"sources":[{"label":"ESC 2023 Diabetes en CVD Guidelines — EHJ","url":"https://doi.org/10.1093/eurheartj/ehad192"},{"label":"EMPA-REG OUTCOME Trial (cardiorenale bescherming) — NEJM 2015","url":"https://doi.org/10.1056/NEJMoa1504720"},{"label":"ESC 2019 Dyslipidaemia Guidelines (VLDL en atherogenische dyslipidemie)","url":"https://doi.org/10.1093/eurheartj/ehz455"}],"articles":[{"url":"https://hartvaat.nl/2026/03/25/lvad-ondersteuning-activeert-microvasculair-herstel-in-het-falende-hart-mechanis/","title":"LVAD-ondersteuning activeert microvasculair herstel in het falende hart: mechanisme ontrafeld","published":"2026-04-27"},{"url":"https://hartvaat.nl/2025/12/18/endotheliale-transcriptiefactor-eb-beschermt-tegen-doxorubicine-cardiotoxiciteit/","title":"Endotheliale transcriptiefactor EB beschermt tegen doxorubicine-cardiotoxiciteit","published":"2025-12-18"},{"url":"https://hartvaat.nl/2022/09/01/collaterale-schade-van-covid-19-aan-cardiovasculaire-zorg-meta-analyse/","title":"Collaterale schade van COVID-19 aan cardiovasculaire zorg: meta-analyse","published":"2022-09-01"},{"url":"https://hartvaat.nl/2022/07/05/deep-lipidomics-cardiometabool-risico-en-effect-van-voedingsvet/","title":"Deep lipidomics: cardiometabool risico en effect van voedingsvet","published":"2022-07-05"}],"as_of":"2026-03-12","licence":"Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies."}