# SGLT2-remmers bij CKD: dapagliflozine en empagliflozine

*Chronische nierziekte · Geneesmiddel · https://hartvaat.nl/kennis/nierziekte/sglt2-remmers-bij-nierziekte/*

Dapagliflozine en empagliflozine zijn SGLT2-remmers die zowel bij diabetische als niet-diabetische CKD renale bescherming bieden. DAPA-CKD (2020) en EMPA-KIDNEY (2022) toonden significante reductie van nierfunctieverval en cardiovasculaire sterfte bij CKD G2–G4. Beide middelen zijn nu geregistreerd voor CKD-indicatie ongeacht de aanwezigheid van diabetes.

## Kernbegrippen

- **DAPA-CKD**: RCT (n=4.304): dapagliflozine bij CKD G2–G4 met ACR ≥22 mg/mmol; 39% reductie primair renaal-cardiovasculair eindpunt; ook bij non-diabeten.
- **EMPA-KIDNEY**: RCT (n=6.609): empagliflozine bij CKD G2–G4 (eGFR ≥20) of G1–G2 met ACR ≥200; 28% reductie nierfunctieverval of CV-dood.
- **Aanvangsdaling eGFR**: Hemodynamische daling van 2–5 mL/min/1,73m² bij start; verwacht en reversibel; geen reden tot staken.
- **Genitale schimmelinfecties**: Meest voorkomende bijwerking (5–10%); door glucosurie; behandelbaar; vaker bij vrouwen en patiënten met slechte hygiëne.
- **Euglykemische ketoacidose**: Zeldzame complicatie; glucosewaarde normaal maar ketonlichamen verhoogd; risico bij vasten, operatie, insulinestaken — stop SGLT2-remmer 3–5 dagen voor electieve ingreep.

## Klinisch bewijs

DAPA-CKD (2020): Dapagliflozine 10 mg bij CKD eGFR 25–75 mL/min + ACR ≥22 mg/mmol (ook non-diabeten: 33% van cohort). Primair eindpunt (≥50% eGFR-daling, ESRD, CV-dood, nierdood): 9,2% vs. 14,5% (HR 0,61; pEMPA-KIDNEY (2022): Empagliflozine 10 mg bij brede CKD-populatie (eGFR ≥20 met ACR ≥200, of eGFR 20–44 ongeacht ACR). Primair eindpunt: HR 0,72 (p
- Dapagliflozine: CKD G2–G4 met ACR ≥22 mg/mmol, ongeacht diabetes (EMA 2022)
- Empagliflozine: hartfalen en CKD (EMA-registratie uitgebreid)
- Beide: ook cardiovasculaire bescherming bij type 2 DM (oudere indicatie)

## Dosering

- Dapagliflozine 10 mg eenmaal daags; kan gestart worden bij eGFR ≥15; continueren tot dialyse
- Empagliflozine 10 mg eenmaal daags; start bij eGFR ≥20; bij eGFR 20–44: glucose-verlagend effect verminderd maar renaal effect blijft

## Veiligheid bij CKD

- Aanvangsdaling eGFR: verwacht; stop niet bij daling 
- Hypoglykemie: laag risico; beschermen bij insuline-combinatie
- Euglykemische DKA: stop 3–5 dagen vóór electieve operatie
- Urineweginfecties: mildere stijging dan verwacht; geen contra-indicatie bij chronische UWI

## Bronnen

- DAPA-CKD Trial — NEJM 2020 https://doi.org/10.1056/NEJMoa2024816
- EMPA-KIDNEY Trial — NEJM 2023 https://doi.org/10.1056/NEJMoa2204233
- KDIGO 2024 CKD Richtlijn — Kidney International 2024 https://doi.org/10.1016/j.kint.2023.10.018
- Farmacotherapeutisch Kompas – SGLT2-remmers https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/groepen/natrium-glucose-cotransporter-sglt-2-remmers

---
Kennispagina, stand 2026-03-12. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies.
