# Re-entry mechanisme bij ritmestoornissen

*Ritmestoornissen · Mechanisme · https://hartvaat.nl/kennis/ritmestoornissen/reentry-mechanisme/*

Re-entry is het meest voorkomende mechanisme van klinisch relevante ritmestoornissen, waaronder atriumfibrilleren, AV-nodale re-entry tachycardie (AVNRT), Wolf-Parkinson-White, typische flutter en ventriculaire tachycardie. Het circuit vereist eenrichtingsblokkade, een langzame geleidingsweg en herstelde excitabiliteit.

## Kernbegrippen

- **Re-entry**: Elektrisch circuit waarbij een impuls herhaaldelijk dezelfde myocardregio activeert door eenrichtingsblokkade en langzame alternatieve geleidingsweg.
- **Eenrichtingsblokkade**: Blokkering van geleiding in één richting door disparate refractairheid; de impulse kan in de tegengestelde richting nog wel passeren.
- **Excitable gap**: Segment van het re-entrycircuit dat hersteld en exciteerbaar is; de 'zwakke schakel' die men met ablatie of antiaritmica kan aanpakken.
- **Anatomische re-entry**: Circuit rond een vast anatomisch obstakel (litteken, klepring, crista terminalis); vaste omtrek, stabiel ECG-patroon.
- **Functionele re-entry (rotor)**: Circuit zonder vast anatomisch obstakel; instabiel, migreert; substraat voor atriumfibrilleren.

## Voorwaarden voor re-entry

Drie voorwaarden zijn noodzakelijk: (1) eenrichtingsblokkade op het splitsingspunt van het circuit; (2) een alternatieve geleidingsweg die de geblokkeerde zone omzeilt; (3) vertraging in de omweg zodanig dat het proximale weefsel zijn refractairheid heeft hersteld wanneer de impuls terugkomt. De omtrek van het circuit moet groter zijn dan de golflengte (= geleidingssnelheid × effectieve refractaire periode).

## Anatomische versus functionele re-entry

Anatomische re-entry circuleert rond een vast obstakel (postinfarctlitteken, klepring bij typische atriale flutter, accessoire bundel bij WPW). Het ECG-patroon is stabiel en voorspelbaar. Ablatie van een isthmus in het circuit is curatief. Functionele re-entry heeft geen vast obstakel; het circuit wordt bepaald door wisselende refractariteitspatronen (leading circle-model, rotor-model). Atriumfibrilleren berust waarschijnlijk op meerdere simultane rotors. Ablatie is minder doeltreffend.

## Klinische voorbeelden

- AVNRT: re-entry in twee functionele paden van de AV-knoop (snel/langzaam); curatief te ableren
- WPW/AVRT: macro-re-entry via accessoire bundel; bundel ableerbaar
- Typische atriale flutter: re-entry rondom tricuspidalisring via cavotricuspidale isthmus; hoge ablatie-succeskans
- Postinfarct VT: re-entry in grenszone infarctlitteken; substraatablatie
- Atriumfibrilleren: multiple rotors + focale triggers uit longvenen; pulmonaalvene-isolatie richt zich op triggers

## Therapeutische implicaties

Antiaritmica kunnen re-entry onderbreken door de geleidingssnelheid te verlagen (klasse I: INa-blokkade) of de refractaire periode te verlengen (klasse III: IKr-blokkade), waardoor de golflengte groter wordt dan de circuitomtrek. Ablatie elimineert het circuit of de kritische isthmus direct.

## Bronnen

- Mines GR — Original re-entry concept (Philosophical Transactions, 1914) https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24963567/
- Allessie MA et al. — Functional re-entry and rotor theory (Circulation 1973–1977) https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/4711699/
- ESC 2020 Ventricular Arrhythmias & SCD Guidelines https://doi.org/10.1093/eurheartj/ehaa728
- Farmacotherapeutisch Kompas — antiaritmica https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/groepen/antiaritmica

---
Kennispagina, stand 2026-03-12. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies.
