Algemeen

Langetermijnuitkomsten na de Ross-operatie: één op de vier krijgt een heroperatie

Bij aortaklepziekte blijft de Ross-operatie — waarbij de eigen pulmonalisklep naar de aortapositie wordt verplaatst en een homograft in de pulmonalispositie komt — een alternatief voor jonge patiënten of wie langdurige antistolling wil vermijden. De langetermijnprognose was echter grotendeels onbekend. In het Zweedse register voor aangeboren hartafwijkingen werden 82 volwassenen na een Ross-operatie geïdentificeerd (gemiddelde leeftijd ten tijde van de ingreep 23,6 jaar). Na gemiddeld 16,8 jaar had 24,4% een eerste heroperatie ondergaan — de cumulatieve incidentie was circa 15% na 10 jaar en 30% na 20 jaar — meestal aan de pulmonalisklep (85%). De sterfte was laag (2,3%). Bij geselecteerde patiënten blijft de Ross-operatie dus een goede optie, mits men rekening houdt met de late morbiditeit; een secundaire Ross-operatie ging gepaard met een betere linkerventrikelfunctie.

Abstract (original)

<sec><st>Introduction</st> <p>In aortic valve disease, several interventions are available. In young people who are still growing, or considering the risks of long-term anticoagulation, the Ross procedure remains an alternative for aortic valve replacement. This procedure entails the transposition of the patient&rsquo;s pulmonary valve to the aortic position, with placement of a homograft in the pulmonary position. However, long-term prognosis remains largely unknown.</p> </sec> <sec><st>Methods</st> <p>The Swedish national registry of congenital heart disease was searched for adult patients with a history of Ross operation.</p> </sec> <sec><st>Results</st> <p>82 patients (mean age 40.4&plusmn;15.8 years) were identified, with a mean age at the time of the Ross procedure of 23.6&plusmn;14.7 years. After a mean follow-up of 16.8&plusmn;5.5 years, 24.4% of patients underwent a first reoperation involving either the neoaortic valve or the pulmonary homograft, at a mean age of 32.0&plusmn;13.9 years. The cumulative incidence of reoperation was approximately 15% at 10 years and 30% at 20 years post-Ross procedure. Among the 20 reinterventions, 17 (85.0%) involved the pulmonary valve and 8 the neoaortic valve; five patients underwent procedures on both valves. Two patients (2.3%) died during follow-up.</p> <p>Forty-eight patients in the cohort had undergone primary Ross surgery. This subgroup was older at the time of data extraction (mean age 46.7&plusmn;15.7 years) compared with those who underwent secondary Ross surgery (mean age 31.3&plusmn;10.7 years), that is, typically following previous interventions. The secondary Ross group demonstrated better left ventricular function, with ejection fraction &gt;50% in 91.7% of cases, compared with 69.8% in the primary group (p=0.041).</p> </sec> <sec><st>Conclusion</st> <p>One in four patients undergoing the Ross procedure requires a reintervention, commonly involving the pulmonary valve. Long-term mortality was low. In selected patients, the Ross procedure remains a viable option; however, late morbidity must be considered. Our findings suggest that secondary Ross surgery is associated with better long-term outcomes, particularly regarding left ventricular function, although the underlying mechanisms remain unclear.</p> </sec>

Dit artikel is een samenvatting van een publicatie in Open Heart. Voor het volledige artikel, alle details en referenties verwijzen wij u naar de oorspronkelijke bron.

Lees het volledige artikel

Lid worden van HartVaat.nl?

Gratis — en we stemmen het nieuws en de literatuur af op uw vakgebied.

Maak een gratis account