Cholesterol

Lp(a)-spiegels stijgen tijdens menopauze — herhaalde bepaling nodig bij vrouwen met tussenliggende baseline

Een cohortstudie onder 4.562 vrouwen uit de UK Biobank toont aan dat de overgang naar de menopauze de lipoproteïne(a)-spiegels (Lp(a)) significant kan verhogen, vooral bij vrouwen met een tussenliggende baseline-waarde (75–125 nmol/L). Bij deze groep nam de mediane Lp(a) toe met 34,9 nmol/L en 56% van hen overschreed de risicodrempel van ≥125 nmol/L, vergeleken met 28–29% bij vrouwen die wel of niet in de menopauze terechtkwamen. Dit onderstreept dat een eenmalige Lp(a)-bepaling in het leven niet volstaat; herhaling tijdens de menopauze is aan te raden om risicoherschikking en tijdige interventie mogelijk te maken.

Abstract (original)

AIM: Assess changes in Lp(a) levels and transitions across ASCVD risk-thresholds by menopausal trajectory to inform risk stratification and testing recommendations. . METHODS: We examined changes in Lp(a) between visits 1 and 2 among UK Biobank women. Analyses were examined by menopausal trajectory: those who underwent menopause (N=415), those who remained premenopausal (N=532), and those who remained postmenopausal (N=3,615) between visits. Change in Lp(a) between visits was also stratified by visit 1 Lp(a). The primary outcome was incident Lp(a) ≥125 nmol/L at visit 2, estimated using Poisson regression. RESULTS: Data were available for 4,562 women (mean visit 1 age = 57 years; median visit 1 Lp(a) = 22 nmol/L; median time between visits = 4 years). At visit 1, median Lp(a) was 23 nmol/L in postmenopausal women and 19 nmol/L in premenopausal women. Overall, median changes in Lp(a) between visits were modest. Among women with intermediate visit 1 Lp(a) (75-125 nmol/L), those who transitioned through menopause experienced a median increase of 34.9 nmol/L, approximately fourfold greater than women who remained pre- or postmenopausal. Further, 22 of 39 (56%) of women with intermediate visit 1 Lp(a) who had menopause between visits had incident Lp(a) ≥125 nmol/L at visit 2, compared with 29% and 28% of women who remained pre- or postmenopausal, representing a risk ratio of 2.27 (95% CI: 1.36, 3.78) after adjustment for visit 1 age and continuous Lp(a). CONCLUSIONS: Relying on a single lifetime Lp(a) measurement may miss reclassification across risk-enhancing thresholds during menopause, particularly for women with intermediate premenopausal levels.

Dit artikel is een samenvatting van een publicatie in European journal of preventive cardiology. Voor het volledige artikel, alle details en referenties verwijzen wij u naar de oorspronkelijke bron.

Lees het volledige artikel

DOI: 10.1093/eurjpc/zwag496

Wilt u op de hoogte blijven?

Gratis: de maandelijkse nieuwsbrief met het nieuwsoverzicht, en de site afgestemd op uw vakgebied.

Schrijf u nu in