Praktijk

Antistolling bij ouderen: balans tussen risico en bescherming

Bij ouderen (≥75 jaar) is de balans tussen trombotisch risico (met name AF-gerelateerde beroerte) en bloedingsrisico (intracranieel, GI) bijzonder delicaat. Toch toont evidence dat anticoagulantia bij de meeste ouderen met AF een nettobenefit hebben vanwege het hoge beroerterisico. Valrisico als argument om anticoagulantia te onthouden is gebaseerd op mythe: een patiënt moet ~300 keer per jaar vallen om de bescherming van anticoagulantia teniet te doen.

Kernbegrippen

Valrisico en OAC
Valrisico is geen contra-indicatie voor OAC bij AF; een patiënt moet ~300 vallen/jaar ondervinden om het intracranieel bloedingsrisico groter te maken dan de beroerterisicoreductie; OAC is doorgaans het nettovoordeel.
Frailty en anticoagulantia
Bij kwetsbaarheid (frailty) is de hemostase verstoord door verminderde lever- en nierfunctie, hypoalbuminemie en polyfarmaci; dosisaanpassing en frequente monitoring essentieel; DOAC voorkeur boven VKA bij frailty vanwege minder intracraniële bloedingen.
Geriatrische CHA2DS2-VASc-score
Bij ouderen ≥75 jaar is de score al minimaal 2 (2 punten voor leeftijd ≥75); vrijwel alle ouderen met AF hebben een indicatie voor anticoagulatie.
Start Low Go Slow
Principe bij kwetsbare ouderen: starten met lage DOAC-dosis en optitreren; frequent controleren op bijwerkingen en nierfunctie.

Antistolling bij ouderen: veiligheid, dosering en praktische aanpak

Epidemiologie en risicostratificatie

Atriumfibrilleren treft 10-15% van de bevolking boven 80 jaar. Met een CHA2DS2-VASc-score van ≥2 (vrijwel alle patiënten ≥75 jaar) is beroertepreventie de standaard. Toch ontvangt 30-50% van de ouderen met AF geen anticoagulantia — veelal door onterechte angst voor valrisico, cognitieve beperkingen of geneesmiddeleninteracties.

DOAC versus VKA bij ouderen

Subgroepanalyses van de grote DOAC-trials tonen consistent minder intracraniële bloedingen bij DOACs versus VKA ook bij ouderen ≥75 jaar. DOAC is voorkeur bij ouderen met AF. ARISTOTLE-subgroep (≥75 jaar): apixaban significant minder bloedingen én minder beroerte dan warfarine.

Praktische dosisoverwegingen

Medicatiereview en polyfarmaci

Beoordeelde geneesmiddeleninteracties (START/STOPP-criteria), beoordeel cognitie (medicatietrouw) en sociaal netwerk. Doseerbox of automatische medicatiedispenser verhoogt therapietrouw. Betrek mantelzorger of thuiszorg bij innamebeheer. Herzien periodiek de indicatie voor OAC — bij terminale palliatieve fase kan stoppen gerechtvaardigd zijn.

Bronnen

  1. ESC 2020 AF Guidelines
  2. ARISTOTLE subgroep ≥75 jaar — Granger et al., NEJM 2011
  3. Valrisico en OAC — ORBIT-AF register, JAMA 2014
  4. NHG-Standaard Atriumfibrilleren

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Antistolling