Praktijk

INR-management bij VKA: instelling, controle en streefwaarden

Nauwkeurig INR-management is de hoeksteen van veilige VKA-therapie. Het INR-streefwaarde varieert per indicatie van 2,0-4,0. Bij supratherapeutisch INR is het risico op ernstige bloedingen aanzienlijk; bij subtherapeutisch INR dreigt trombo-embolie. De Nederlandse trombosedienst biedt gestandaardiseerde monitoring en dosisadviezen voor patiënten op VKA.

Kernbegrippen

INR-streefvensters
AF/VTE: INR 2,0-3,0; aortamechanische klep laag risico: INR 2,0-3,0; aortamechanische klep hoog risico of mitralisklep: INR 2,5-3,5; mitralismechanische klep: INR 3,0-4,0.
Point-of-care INR-meting
Capillaire bloedmeting met INR-meter (CoaguChek): geschikt voor zelfmanagement; gevalideerd voor acenocoumarol; patiënten zelf meten en doseren na training.
Supratherapeutisch INR
INR boven het therapeutische venster; risico op bloeding neemt exponentieel toe; management afhankelijk van INR-hoogte en klinische situatie.
Dosisflexibilisatie
Aanpassen van de weekdosis (niet de dagdosis) met 10-15% bij INR buiten streefvenster; vermijdt oscillerende dosering.

INR-management bij VKA: instelling, controle en supratherapeutisch INR

INR-monitoring

Optimale INR-frequentie: dagelijks in de startfase totdat stabiel (>2 opeenvolgende INR's in range), daarna wekelijks, uiteindelijk maandelijks bij stabiele patiënten. Bij intercurrente ziekte, nieuw geneesmiddel of dieetverandering: extra INR-controle. TTR (Time in Therapeutic Range) >70% is het kwaliteitscriterium voor een goede instelling.

Dosisaanpassing bij afwijkend INR

Vuistregel: pas de weekdosis aan met ~10-15% bij INR buiten het venster. Voorbeeld acenocoumarol: INR 1,8 (streef 2,0-3,0) bij weekdosis 14 mg → verhoog naar 15-16 mg/week. Vermijd abrupte dosiswijzigingen die oscillaties veroorzaken. Trombosedienst-algoritmen verfijnen dit op basis van historisch INR-patroon.

Supratherapeutisch INR: management

Zelfmanagement

Gevalideerde zelfmanagement-programma's waarbij patiënten zelf INR meten en doseren zijn beschikbaar voor goed geïnstrueerde patiënten. Verbeterde TTR, meer autonomie, vergelijkbare veiligheid. Geschikt voor gemotiveerde patiënten met stabiele VKA-instelling.

Bronnen

  1. ESC 2020 AF Guidelines
  2. Farmacotherapeutisch Kompas — VKA dosering en monitoring
  3. NHG-Standaard Atriumfibrilleren
  4. LESA Antistolling — NHG richtlijn

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Antistolling