Atriumfibrilleren en beroerte: risico en preventie
Beroertepreventie is de meest impactvolle interventie bij atriumfibrilleren. AF-gerelateerde beroertes zijn ernstiger en vaker fataal dan andere beroertes. De CHA₂DS₂-VASc score stratificeert het beroerterisico en stuurt de beslissing voor anticoagulatie. DOAC's (directe orale anticoagulantia) zijn in de huidige richtlijn de therapie van eerste keus boven vitamine K-antagonisten.
Kernbegrippen
- DOAC (directe orale anticoagulantia)
- Apixaban, rivaroxaban, dabigatran en edoxaban; remmen direct trombiine of factor Xa; superieur aan of non-inferieur aan warfarine met minder intracraniaal bloedingsrisico.
- CHA₂DS₂-VASc
- Beroertekans-score: max 9 punten; score ≥2 (man) of ≥3 (vrouw): anticoagulatie aanbevolen (klasse I ESC 2024).
- ARISTOTLE (2011)
- RCT apixaban vs. warfarine bij AF: superieur in beroertepreventie, minder bloeding, lagere mortaliteit.
- ROCKET AF (2011)
- RCT rivaroxaban vs. warfarine bij AF: non-inferieur; eenmaal daags dosering.
- Linkerhartoorkluiting
- Mechanische afsluiting van het linkerhartsoor (Watchman-device) als alternatief voor anticoagulatie bij hoog bloedingsrisico.
Atriumfibrilleren en beroerte: risicostratificatie en anticoagulatie
Beroerterisico bij AF
AF verhoogt het beroerterisico gemiddeld vijfvoudig. AF-gerelateerde beroertes zijn ernstig: grotere infarctgrootte (door cardiogene embolieën vanuit linkerhartsoor), hogere 30-daags mortaliteit, meer invaliderende uitkomst. Circa 20–30% van alle ischemische beroertes in Nederland is gerelateerd aan AF, waarvan een deel bij subklinisch (niet gediagnosticeerd) AF.
CHA₂DS₂-VASc score
Risicostratificatie (ESC 2024):
- C: congestief hartfalen of LV-disfunctie (EF <40%): 1 punt.
- H: hypertensie: 1 punt.
- A₂: leeftijd ≥75 jaar: 2 punten.
- D: diabetes mellitus: 1 punt.
- S₂: beroerte, TIA of systemische embolie in anamnese: 2 punten.
- V: vasculaire ziekte (MI, perifeer arterieel vaatlijden): 1 punt.
- A: leeftijd 65–74 jaar: 1 punt.
- Sc: vrouwelijk geslacht: 1 punt (risicofactor, geen zelfstandige indicatie).
Score ≥2 bij mannen of ≥3 bij vrouwen: anticoagulatie aanbevolen. Score 1 bij man of 2 bij vrouw: anticoagulatie overwegen (klasse IIa). Vrouwelijk geslacht telt alleen als risicoversterker wanneer minstens één andere risicofactor aanwezig is.
Keuze anticoagulans
DOAC's zijn de eerste keuze (klasse I, ESC 2024) bij niet-valvulair AF. Bewijs per middel:
- Apixaban (ARISTOTLE 2011): superieur aan warfarine — minder beroerte, minder bloeding, lagere mortaliteit.
- Rivaroxaban (ROCKET AF 2011): non-inferieur; eenmaal daags dosering.
- Dabigatran (RE-LY 2009): 110 mg gelijk; 150 mg superieur in beroertepreventie met gelijk bloedingsrisico.
- Edoxaban (ENGAGE AF-TIMI 48 2013): non-inferieur; lager bloedingsrisico dan warfarine.
VKA (acenocoumarol, fenprocoumon) nog geïndiceerd bij matig-ernstige mitralisklepstenose of mechanische hartklep — DOAC's gecontra-indiceerd in deze situaties.
Bloedingsrisico en HAS-BLED
Beoordeel bloedingsrisico met HAS-BLED: hoge score (≥3) is geen reden om anticoagulatie te onthouden, maar vraagt om correctie van modificeerbare bloedingsfactoren (bloeddruk <160, NSAID-stoppen, INR-stabilisatie bij VKA, alcohol-stoppen).
