Bètablokkers voor frequentiecontrole bij AF
Bètablokkers zijn de meest gebruikte en best bestudeerde klasse voor frequentiecontrole bij atriumfibrilleren. Ze verlagen de ventrikelfrequentie zowel in rust als bij inspanning via remming van de adrenerge AV-knoopgeleiding. Bij HFrEF met AF zijn bètablokkers de eerste keuze omdat ze ook mortaliteitsvoordeel bij hartfalen bieden.
Kernbegrippen
- AV-knoopremming
- Bètablokkers remmen de adrenerge component van de AV-knoopgeleiding; effectief in rust en bij sympathische activering (inspanning, stress).
- Metoprolol
- Selectieve bèta1-blokker; breed beschikbaar; geregistreerd voor frequentiecontrole bij AF; ook bewezen bij HFrEF (metoprolol-CR).
- Carvedilol
- Niet-selectieve bèta- + alfa1-blokker; eerste keuze bètablokker bij HFrEF + AF; extra voordeel door alfa1-blokkade (vasodilatatie).
- Nebivolol
- Selectieve bèta1-blokker + NO-vrijstelling; bewezen veilig bij ouderen met HFpEF (SENIORS-studie); optie bij HFpEF + AF.
- Bradycardie
- Meest voorkomende bijwerking van bètablokkers; HF <50 spm vraagt om dosisreductie; cave bij sinusknoopdisfunctie.
Bètablokkers voor frequentiecontrole bij atriumfibrilleren
Werkingsmechanisme bij AF
Bètablokkers remmen de bèta-adrenerge receptoren in de AV-knoop, waardoor de geleiding van atriale impulsen naar de ventrikels vertraagt. Dit verlaagt de ventrikelfrequentie zowel in rust als, in tegenstelling tot digoxine, ook tijdens inspanning en stress. Dit maakt bètablokkers het meest fysiologisch geschikte middel voor frequentiecontrole bij actieve patiënten.
Keuze van bètablokker bij AF
- Bij HFrEF + AF: carvedilol, bisoprolol of metoprolol-CR (bewezen bij HFrEF); ook effectief voor frequentiecontrole. Geen negatief inotrope problemen bij deze drie middelen (goed getolereerd bij stabiel HFrEF).
- Bij HFpEF of geen significant hartfalen: atenolol, metoprolol, bisoprolol of nebivolol; keuze op basis van comorbiditeiten, tolerantie en frequentie van doseren.
- Gecontra-indiceerd: bij bronchospastisch astma (selectieve bèta1-blokker dan alternatief); bij hemodynamisch instabiele situatie; bij hoog AV-blok zonder pacemaker.
Dosering
- Metoprolol: 25–200 mg/dag in 1–2 doses (kortwerkend: 2dd; langwerkend: 1dd).
- Bisoprolol: 2,5–10 mg 1dd.
- Carvedilol: 6,25–50 mg 2dd (start laag, titreer).
- Atenolol: 25–100 mg 1dd (minder voorkeur bij HFrEF).
Inspanningsfrequentie
Bij actieve patiënten: controleer ventrikelfrequentie ook bij inspanning (loopband, fiets). Streefwaarde bij inspanning: <110 spm bij lichte activiteit. Bètablokkers zijn effectiever dan digoxine voor inspanningscontrole. Bij patiënten met significante bradycardie in rust maar tachycardie bij inspanning: overweeg combinatie bètablokker (lage dosis) + digoxine.