Classificatie van AF: paroxysmaal, persisterend, langdurig, permanent
De classificatie van atriumfibrilleren in paroxysmaal, persisterend, langdurig persisterend en permanent is essentieel voor het bepalen van de behandelstrategie, met name de keuze voor ritme- of frequentiecontrole en de waarde van cardioversie of ablatie. De classificatie is gebaseerd op de duur en terminatiemogelijkheid van de AF-episode.
Kernbegrippen
- Paroxysmaal AF
- AF-episoden die spontaan of na interventie eindigen binnen 7 dagen; kunnen recidiveren.
- Persisterend AF
- AF dat langer dan 7 dagen aanhoudt en niet spontaan eindigt; cardioversie noodzakelijk voor sinusritme.
- Langdurig persisterend AF
- Continu AF dat langer dan 12 maanden aanhoudt bij een gekozen ritmecontrolestrategie.
- Permanent AF
- AF waarbij arts en patiënt bewust kiezen voor frequentiecontrole zonder te streven naar sinusritme; geen poging tot cardioversie of ablatie.
- First detected AF
- Eerste gediagnosticeerde AF-episode, ongeacht of er eerdere asymptomatische episoden zijn geweest; informatief voor beleidskeuze.
Classificatie van atriumfibrilleren: paroxysmaal, persisterend en permanent
Classificatiesysteem
De ESC-richtlijn 2024 handhaaft de indeling in vier typen op basis van duur en beloop:
- First detected: eerste gedocumenteerde episode; kan zowel paroxysmal als al persistent zijn bij ontdekking.
- Paroxysmaal: spontane of behandel-geïnduceerde terminatie binnen 7 dagen. Hoewel niet bewezen persistent, kunnen episoden frequent recidiveren; atriaal substraat aanwezig.
- Persisterend: duur >7 dagen, niet spontaan eindigend; cardioversie of ablatie noodzakelijk voor sinusritme.
- Langdurig persisterend: continu AF >12 maanden bij intentie tot ritmecontrole. Toegenomen atriale fibrose en remodellering; lagere kans op ablatie-succes.
- Permanent: AF geaccepteerd door patiënt en arts; frequentiecontrolestrategie; geen ritmecontrolepogingen.
Klinische implicaties van classificatie
Paroxysmaal AF: frequentiecontrole minder relevant (self-limiting episoden); ritmecontrole (antiarritmica, ablatie) overwegen bij symptomen. Persisterend: cardioversie ter herstel sinusritme; anticoagulatie ≥3–4 weken voor cardioversie. Langdurig persisterend: ablatie technisch complexer, lagere succeskans; meerdere ablatieprocedures soms nodig. Permanent: frequentiecontrole streefwaarde <110 spm in rust; anticoagulatie onverminderd noodzakelijk.
Relatie tot behandelkeuze
EAST-AFNET 4 (2020): vroege ritmecontrole bij recent gediagnosticeerd AF (<1 jaar) — significante reductie van cardiovasculaire uitkomsten vergeleken met gangbare zorg (frequentiecontrole). Dit benadrukt het belang van ritmecontrole, met name bij kortdurend AF. Naarmate AF langer bestaat (structurele remodellering), neemt de kans op succesvol sinusritme af.