ECG-herkenning van atriumfibrilleren
Het 12-afleidingen-ECG is de standaard voor het diagnosticeren van atriumfibrilleren. De klassieke kenmerken zijn afwezigheid van discrete P-golven, een onregelmatige basislijn (flimmeractiviteit) en een absoluut irregulair ventrikelritme. Subtiele presentaties — AF met trage respons, brede QRS bij bundeltakblok, of korte AF-episoden — vereisen specifieke kennis.
Kernbegrippen
- Absoluut irregulair ritme
- Kenmerkend voor AF: RR-intervallen wisselen willekeurig van lengte; geen vast patroon zoals bij sinusaritmie of bigeminisch ritme.
- Flimmeractiviteit
- Chaotische, onregelmatige basislijn bij AF op ECG, afkomstig van ongecorrdineerde atriale activering; beste zichtbaar in V1.
- AF met bundeltakblok
- Brede QRS-complexen bij AF kunnen lijken op ventriculaire tachycardie; RR-interval blijft absoluut irregulair — onderscheidend kenmerk.
- WPW + AF
- Wolf-Parkinson-White met AF: accessoire bundel kan snelle geleiding geven (korte RR <250 ms), brede QRS; gevaarlijke situatie door VF-risico.
- Fijne versus grove flimmeractiviteit
- Grove flimmeractiviteit (>1 mm): meer georganiseerde AF, vaker bij mitralisklep-pathologie; fijne flimmeractiviteit: typisch voor 'lone AF'.
ECG-herkenning van atriumfibrilleren: kenmerken en differentiaaldiagnose
Klassieke ECG-kenmerken van AF
Drie criteria op het 12-afleidingen-ECG:
- Afwezigheid van discrete P-golven: geen herkenbare sinusgolven; in plaats daarvan onregelmatige basislijnoscillaties (flimmeractiviteit), het beste zichtbaar in V1 en V2.
- Onregelmatige basislijn (flimmeractiviteit): chaotische atriale activering met frequentie 350–700 spm; golfhoogte variabel.
- Absoluut irregulair RR-ritme: geen twee opeenvolgende RR-intervallen zijn identiek; dit onderscheidt AF van andere supraventriculaire tachycardieën.
Praktische herkenning
Meet 10 opeenvolgende RR-intervallen: bij AF variëren deze willekeurig. Pas op voor regelmatig aandoende AF bij hoge graad AV-blok of digoxine-toxiciteit — de AV-knoop functioneert als filter en geeft een relatief regelmatig ventrikelritme. Cave: AF + compleet AV-blok met junctioneel escape-ritme kan eruitzien als een regulier smal-complex-ritme.
Differentiaaldiagnose
- Atriumflutter: georganiseerde zaagvormige F-golven, regelmatig of regelmatig-onregelmatig ventrikelritme.
- Multifocale atriale tachycardie (MAT): onregelmatig ritme maar wisselende P-golfmorfologie zichtbaar; typisch bij ernstig COPD.
- Frequente PAC's: bigeminia of trigeminia kan onregelmatig lijken; discrete P-golven met andere morfologie aanwezig.
- AF + bundeltakblok: brede QRS maar absoluut irregulair — geen VT. Verwijs naar VT-algoritme bij twijfel over klinische stabiliteit.
Bijzondere situaties
WPW + AF: kortste RR-interval <250 ms bij brede QRS is alarmsignaal voor gevaarlijke snelle accessoire-bundelgeleiding — directe cardioversie overwegen; AV-knoop-blokkerende middelen (adenosine, verapamil, digoxine) gecontra-indiceerd. AF met lage ventrikelfrequentie (<50 spm): verdenk sinusknoopdisfunctie of hoog AV-blok; niet altijd hartfalen.
