Geneesmiddel

Flecainide en propafenon bij AF

Flecainide en propafenon zijn natriumkanaalblokkerende antiaritmicа (klasse Ic) die effectief zijn voor ritmecontrole bij paroxysmaal atriumfibrilleren zonder onderliggend structureel hartlijden. Ze zijn relatief veilig en effectief bij patiënten met 'lone AF', maar absoluut gecontra-indiceerd bij HFrEF, significante ischemie of ernstige ventriculaire hypertrofie.

Kernbegrippen

Klasse Ic antiarritmica
Natriumkanaalblokkers met langzame terugkoppeling; remmen geleiding in het atrium; effectief voor AF; gecontra-indiceerd bij structureel hartlijden (CAST-studie).
CAST-studie (1989)
RCT: klasse Ic antiarritmica na MI verhoogden de mortaliteit — bewees gevaar van deze middelen bij ischemisch hartlijden.
Lone AF
AF zonder structureel hartlijden, hypertensie of andere cardiale aandoening; gunstigste indicatieprofiel voor flecainide/propafenon.
Pill-in-the-pocket
Patiëntgeleide zelfmedicatie met flecainide (200–300 mg eenmalig) of propafenon (450–600 mg) bij acute AF-episode; effectief en veilig bij geselecteerde patiënten.
1:1 AV-geleiding bij flutter
Klasse Ic antiarritmica kunnen atriumflutter met verlaagde atriale frequentie (~200 spm) veroorzaken, waarbij de AV-knoop 1:1 geleidt — gevaarlijk; altijd combineren met frequentiecontrolemiddel.

Flecainide en propafenon bij AF: indicaties, contra-indicaties en praktisch gebruik

Werkingsmechanisme

Flecainide en propafenon blokkeren het snel-activerende natriumkanaal (INa) met langzame terugkoppeling ('use-dependent blokkade'): effectiever bij hogere frequenties, wat het selectieve atriale effect bij AF verklaart. Propafenon heeft aanvullend bètablokkerend effect (met name bij hogere doseringen) en lichte calciumkanaalblokkerende activiteit.

Indicaties

Contra-indicaties

Praktisch gebruik: pill-in-the-pocket

Flecainide 200–300 mg p.o. of propafenon 450–600 mg p.o. bij acute AF-episode: conversiesnelheid 60–80% binnen 3–8 uur. Vereisten: (1) patiënt heeft geen structureel hartlijden; (2) eerste dosis onder medische supervisie gegeven; (3) patiënt begrijpt contra-indicaties; (4) combineer met pre-medicatie AV-blokkerende middel (bètablokker of diltiazem) om 1:1 fluttergeleiding te voorkomen.

Bronnen

  1. ESC 2024 AF Guidelines
  2. CAST Study — NEJM 1989
  3. Farmacotherapeutisch Kompas — Flecainide

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Atriumfibrilleren