Holter en langdurige ritmeregistratie bij AF
Paroxysmale en subclinische AF zijn moeilijk aantoonbaar op een standaard ECG. Holter-monitoring (24–48 uur) en langdurige externe of implanteerbare ritmeregistratie zijn essentieel voor de detectie van intermitterende ritmestoornissen bij patiënten met onbegrepen beroerte, palpitaties of vermoeden van paroxismaal AF.
Kernbegrippen
- Holter-monitor
- Draagbare ECG-recorder die continu ritme registreert over 24–48 (of tot 14) dagen; standaard bij vermoeden paroxysmaal AF.
- Implanteerbare loop recorder (ILR)
- Subcutaan implantatiebaar ECG-apparaatje dat tot 3 jaar ritme registreert; goudstandaard voor langdurige ritmedetectie na cryptogene beroerte.
- Patchmonitor
- Externe plakker voor 7–30 dagen ritmeregistratie; comfortabeler dan Holter; waarde aangetoond bij cryptogene beroerte en palpitaties.
- CRYSTAL AF (2014)
- RCT ILR vs. conventionele monitoring na cryptogene beroerte: ILR detecteerde AF bij 30% na 3 jaar vs. 3% met conventionele monitoring.
- Subclinisch AF (SCAF)
- Korte AF-episoden gedetecteerd door implanteerbare devices (>5–6 min); geassocieerd met verhoogd beroerterisico; indicatie voor anticoagulatie bij hoge CHA₂DS₂-VASc controversieel.
Holter en langdurige ritmeregistratie bij verdenking atriumfibrilleren
Indicaties voor langdurige ritmeregistratie
- Palpitaties met vermoeden aritmie, negatief standaard-ECG.
- Onbegrepen syncope of presyncope.
- Cryptogene beroerte of TIA: standaard indicatie voor minimaal 30 dagen externe monitoring of ILR.
- Na katheterablatie voor AF: voor detectie van recidief (asymptonatisch AF na ablatie frequentent).
- Screening bij hoog AF-risico (ouderen met risicofactoren).
Duur van monitoring en detectiekans
Hoe langer de monitoring, hoe hoger de detectiekans bij paroxysmaal AF: 24 uur Holter: ~3–5% AF-detectie bij cryptogene beroerte; 7 dagen: ~10%; 30 dagen patchmonitor: ~15–20%; ILR 3 jaar: ~30% (CRYSTAL AF). In klinische praktijk: start met 7–30 dagen externe monitor; overweeg ILR bij negatief resultaat maar hoge klinische verdenking.
Holter-analyse: what to report
Standaard Holter-rapport bevat: minimale, maximale en gemiddelde ventrikelfrequentie; aandeel supraventriculaire en ventriculaire ectopie; aanwezigheid van pauzes (>3 sec relevant); AF-episoden met tijdsduur; eventueel ST-veranderingen. Symptoomcorrelatie: patiënt houdt dagboek van klachten; correleer met ECG-registratie op dat tijdstip.
Subclinisch AF (SCAF)
Pacemakers, ICD's en CRT-devices registreren continu het atriale ritme; gedetecteerde AF-episoden >5–6 minuten worden SCAF of AHRE (atrial high rate episodes) genoemd. SCAF is geassocieerd met verhoogd beroerterisico maar de drempel voor anticoagulatie bij SCAF is nog controversieel. ESC 2024: overweeg anticoagulatie bij SCAF >24 uur + hoge CHA₂DS₂-VASc (klasse IIa).