Praktijk

Katheterablatie bij AF: pulmonaalvene-isolatie

Katheterablatie van atriumfibrilleren, met pulmonaalvene-isolatie (PVI) als hoeksteen, is de meest effectieve behandeling voor symptomatisch paroxysmaal en persisterend AF. Bij patiënten met HFrEF en AF toonde CASTLE-AF (2018) superieure uitkomsten vergeleken met medische therapie. De techniek evolueert snel van punt-voor-punt radiofrequentieablatie naar cryoablatie en pulse field ablation.

Kernbegrippen

Pulmonaalvene-isolatie (PVI)
Elektrische isolatie van de pulmonaalvene-ostia van het linkeratrium; elimineert de meest voorkomende AF-triggers; hoeksteen van katheterablatie.
Radiofrequentieablatie (RF)
Thermische katheterablatie via hoge-frequente wisselstroom; creëert lokale myocardiale necrose; standaardtechniek voor PVI.
Cryoablatie (ballon)
Vriezing via cryoballon (Arctic Front); enkelvoudige PVI per vene; efficiënter dan punt-voor-punt RF bij paroxismaal AF; FIRE AND ICE toonde gelijkwaardig resultaat.
Pulse field ablation (PFA)
Niet-thermische ablatie via microseconde elektrische pulsen; selectief voor cardiomyocyten; spaart oesofagus en phrenicus; meest recente technologie.
CASTLE-AF (2018)
RCT katheterablatie vs. medische therapie bij HFrEF + AF: −47% CV-sterfte, −44% hartfalenopname, EF-stijging +8%. Katheterablatie superieur.

Katheterablatie bij AF: pulmonaalvene-isolatie, technieken en resultaten

Rationale en indicaties

Katheterablatie is effectiever dan antiaritmische medicatie voor het handhaven van sinusritme bij symptomatisch AF. ESC 2024 geeft klasse I-aanbeveling voor ablatie bij paroxismaal AF als eerste-lijn ritmecontrolestrategie of na falen van antiarritmica. Klasse I voor symptomatisch persisterend AF. Klasse I bij HFrEF + AF (CASTLE-AF).

Techniek: pulmonaalvene-isolatie

Via transseptale punctie vanuit rechteratrium naar linkeratrium. Anatomische en elektrische mapping van het linkeratrium en pulmonaalvenen. Circonferentiële ablatielijnen rondom ipsilaterale pulmonaalvenen (antrale isolatie). Eindpunt: bidirectioneel blok — geen elektriciteitsoverdracht meer tussen pulmonaalveen en linkeratrium. Verificatie via adenosine-test of wachttijd (30 min).

Technieken en resultaten

Succeskans sinusritme na 1 jaar bij paroxismaal AF ~70–80% (enkelvoudige procedure); na tweede procedure ~85–90%. Bij langdurig persisterend AF: 50–70% na eerste procedure.

Complicaties

Bronnen

  1. CASTLE-AF — NEJM 2018
  2. EAST-AFNET 4 — NEJM 2020
  3. ESC 2024 AF Guidelines

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Atriumfibrilleren