Richtlijn

NHG-Standaard Atriumfibrilleren 2024

De NHG-Standaard Atriumfibrilleren 2024 biedt de huisarts een praktisch kader voor de zorg bij AF. De standaard beschrijft wanneer de huisarts zelf kan behandelen (frequentiecontrole, anticoagulatie), wanneer te verwijzen (ritmecontrolestrategie, ablatie-overweging) en hoe de samenwerking met de cardioloog te organiseren.

Kernbegrippen

CHA₂DS₂-VASc in de huisartsenpraktijk
NHG: bereken CHA₂DS₂-VASc bij ieder nieuwe AF-diagnose; score ≥2 (man) of ≥3 (vrouw): start DOAC; bespreek start ook bij score 1 (man) of 2 (vrouw).
DOAC in NHG 2024
Apixaban, rivaroxaban, dabigatran of edoxaban: eerste keuze anticoagulantia; VKA (acenocoumarol) alleen bij mechanische hartklep of matige mitralisklepstenose.
Frequentiecontrole eerste lijn
Huisarts initieert bètablokker (metoprolol, bisoprolol) of digoxine bij permanent AF; streef naar HF <110 spm in rust (lenient doel conform RACE II).
Verwijscriteria
Verwijzen naar cardioloog: eerste diagnose AF voor ritme-evaluatie, bij wens tot ritmecontrole of cardioversie, bij vermoeden tachycardiomyopathie, bij therapieresistentie.
Zelfmeting en monitoring
NHG adviseert patiënten met paroxismaal AF thuismeting van pols of ECG-wearable (Alivecor) voor detectie van recidief.

NHG-Standaard Atriumfibrilleren 2024: praktijkgids voor de huisarts

Diagnostiek in de huisartsenpraktijk

Diagnose AF vereist ECG-documentatie van minimaal 30 seconden (of een volledig 12-afleidingen-ECG). Bij vermoeden paroxysmaal AF en negatief standaard-ECG: 24-uurs Holter of externe monitor (7–30 dagen). Thuismeting via gecertificeerde enkanaals-ECG-device (AliveCor) is een valide alternatief voor initiële detectie.

Beroertepreventie: anticoagulatie

Bereken CHA₂DS₂-VASc bij elke nieuwe AF-diagnose. Start DOAC bij score ≥2 (man) of ≥3 (vrouw) zonder contra-indicaties. Bespreek anticoagulatie ook bij score 1 (man) of 2 (vrouw): individuele afweging risico/baat. NHG 2024 benadrukt dat de meeste patiënten baat hebben bij anticoagulatie; terughoudendheid bij hoog HAS-BLED alleen als modificeerbare factoren niet corrigeerbaar zijn. DOAC-keuze: overweeg nierfunctie, frequentie van doseren en kosten; geen duidelijke superioriteit van één specifiek DOAC bij AF.

Frequentiecontrole in de eerste lijn

Huisarts kan zelf frequentiecontrole starten bij permanent AF of als overbrugging vóór verwijzing: bètablokker (metoprolol 50–200 mg/dag, bisoprolol 2,5–10 mg/dag) als eerste keuze; digoxine als aanvulling bij onvoldoende rustfrequentiecontrole of als alternatief bij intolerantie. Streef naar HF <110 spm in rust.

Wanneer verwijzen naar cardioloog

Bronnen

  1. NHG-Standaard Atriumfibrilleren
  2. ESC 2024 AF Guidelines

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Atriumfibrilleren