Praktijk

Perioperatief beleid bij AF en anticoagulatie

Patiënten met atriumfibrilleren op orale anticoagulatie vragen om specifiek perioperatief beleid: wanneer de anticoagulantia te pauzeren, of overbruggingsanticoagulatie met LMWH nodig is, en wanneer te herstarten. DOAC's hebben het perioperatief beheer vereenvoudigd vergeleken met VKA.

Kernbegrippen

DOAC-stopinterval
Duur van pauseren DOAC afhankelijk van het middel, nierfunctie en bloedingsrisico van de ingreep; doorgaans 24–48 uur voor laagrisicooperaties, 48–96 uur voor hoog risico.
Bridging anticoagulatie
Overbrugging met therapeutische LMWH na staken VKA perioperatief; BRIDGE-studie toonde bij DOAC-patiënten met AF: geen voordeel bridging, meer bloeding — vermijden.
BRIDGE-studie (2015)
RCT bridging met LMWH vs. placebo bij AF-patiënten op VKA perioperatief: geen reductie arterieel tromboembolisme; meer bloedingen in bridging-arm.
Hoog bloedingsrisico ingreep
Neurochirurgie, grote abdominale chirurgie, urologische procedures, orthopedie grote gewrichten: DOAC pauzeren 48–96 uur voor ingreep.
Laag bloedingsrisico ingreep
Tandextractie, huidingreep, staar, colonoscopie zonder polypectomie: DOAC pauzeren 24 uur voor of omit avonddosis; herstart na ingreep.

Perioperatief beleid bij AF en anticoagulatie

DOAC perioperatief: praktisch schema

DOAC's hebben eenvoudiger perioperatief beheer dan VKA dankzij kortere halfwaardetijden. Algemene principes:

Bridging anticoagulatie: niet meer standaard

BRIDGE-studie (2015): at AF-patiënten op warfarine die perioperatief bridging kregen met LMWH vs. placebo: geen verschil in arterieel trombo-embolisme; significant meer grote bloedingen in bridging-groep. Conclusie: bridging bij AF-patiënten niet meer standaard aanbevolen. Uitzonderingen: mechanische hartklep of mitralisklepstenose — overleg met behandelend cardioloog.

VKA perioperatief

VKA (acenocoumarol): stop 5 dagen voor ingreep; INR-controle vóór ingreep (streef INR <1,5). Bij INR >1,5: vitamine K oraal 1–2 mg. Herstart VKA de avond van of dag na de ingreep. Bridging: alleen bij mechanische hartklep (met name mitralisklep) of andere hoog-tromberisico situaties.

Acuut optreden van AF perioperatief

Nieuwe AF in de perioperatieve periode bij circa 10–40% van patiënten na cardiothoracale chirurgie. Vaak zelflimiterend (sinusritme herstelt binnen 24–72 uur). Behandel met frequentiecontrole (bètablokker, amiodaron i.v.); anticoagulatie starten bij persistentie >24–48 uur op basis van CHA₂DS₂-VASc score.

Bronnen

  1. BRIDGE Trial — NEJM 2015
  2. ESC 2024 AF Guidelines
  3. Farmacotherapeutisch Kompas — DOAC perioperatief

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Atriumfibrilleren