Wat is atriumfibrilleren?
Atriumfibrilleren (AF) is de meest voorkomende aanhoudende hartritmestoornis wereldwijd, met een prevalentie van circa 2% in de algemene bevolking en 10–15% bij 80-plussers. AF verhoogt het risico op beroerte vijfvoudig, is geassocieerd met hartfalen, cognitief verval en verminderde kwaliteit van leven, en is verantwoordelijk voor 20–30% van alle ischemische beroertes.
Kernbegrippen
- Atriumfibrilleren
- Supraventriculaire ritmestoornis gekenmerkt door chaotische atriale activering (400–600 impulsen/min) met onregelmatige ventrikelrespons; ontbreekt P-golf op ECG.
- AF-CARE pathway
- ESC 2024-concept: geïntegreerde AF-aanpak via vier domeinen: Comorbidities/cardiovascular risk reduction, Anticoagulation, Rate/Rhythm control, Evidence-based symptom management.
- CHA₂DS₂-VASc score
- Beroertekans-score bij AF: congestief HF, hypertensie, leeftijd ≥75 (2p), diabetes, beroerte (2p), vasculaire ziekte, leeftijd 65–74, geslacht vrouw. Score ≥2 (man) of ≥3 (vrouw): anticoagulatie aanbevolen.
- Tachycardiomyopathie
- Reversibele LV-disfunctie veroorzaakt door aanhoudende snelle ventrikelrespons bij AF; EF kan normaliseren na ritme- of frequentiecontrole.
- Subclinisch AF
- Kortdurende AF-episoden gedetecteerd door devices (pacemaker, ILR, wearables) zonder symptomen; geassocieerd met verhoogd beroerterisico.
Wat is atriumfibrilleren? Epidemiologie, gevolgen en behandelstrategie
Definitie en ECG-kenmerken
AF is een supraventriculaire ritmestoornis gekenmerkt door chaotische, ongeorganiseerde atriale activering met 400–600 impulsen per minuut. Op het ECG: afwezigheid van discrete P-golven, onregelmatige basislijn (flimmeractiviteit), en onregelmatige (irregulier-irregulair) ventrikelrespons. De ventrikelfrequentie hangt af van de AV-knoopgeleiding en kan variëren van bradycard (<60 spm) tot tachycard (>100 spm).
Epidemiologie
Prevalentie in Nederland: ~300.000 patiënten. Jaarlijkse incidentie: ~30.000 nieuwe gevallen. Lifetime risico op AF: 1 op 3 voor mensen van 55 jaar. Sterk stijgende prevalentie door vergrijzing. AF is verantwoordelijk voor ~25% van alle ischemische beroertes in Nederland.
Klinische consequenties
- Beroerte: vijfvoudig verhoogd risico; beroertes bij AF zijn gemiddeld ernstiger en vaker fataal of invaliderend dan bij sinusritme.
- Hartfalen: bidirectionele relatie — AF veroorzaakt tachycardiomyopathie; hartfalen bevordert AF-persistentie.
- Cognitief verval: AF is onafhankelijke risicofactor voor dementie (cerebrovasculaire microlaesies).
- Kwaliteit van leven: symptomen (palpitaties, dyspneu, vermoeidheid) reduceren functionele capaciteit sterk.
- Mortaliteit: tweevoudig verhoogd, deels verklaard door beroerte en hartfalen.
Behandelstrategie: AF-CARE
ESC 2024 introduceert het AF-CARE-concept als geïntegreerde aanpak: (C) comorbiditeiten behandelen en cardiovasculair risico reduceren; (A) anticoagulatie voor beroertepreventie; (R) rate/rhythm control; (E) evidence-based symptoommanagement. Alle vier domeinen zijn gelijkwaardig belangrijk en moeten simultaan worden aangepakt.