Aandoening

STEMI: ST-elevatie myocardinfarct

ST-elevatie myocardinfarct (STEMI) ontstaat door acute volledige occlusie van een coronairarterie, leidend tot transmuraal myocardinfarct bij afwezigheid van snelle reperfusie. STEMI vereist directe herkenning en primaire PCI binnen 90 minuten na eerste medisch contact (120 minuten indien transfer noodzakelijk). Elke minuut vertraging kost myocard.

Kernbegrippen

Primaire PCI (pPCI)
Directe mechanische reperfusie via ballon/stent van de infarctgerelateerde coronairarterie; behandeling van keuze bij STEMI.
Deur-tot-ballon tijd
Tijdsinterval tussen aankomst in het cathlab en ballonopblazen; streefwaarde < 60 minuten na aankomst in PCI-centrum.
Totale ischemische tijd
Tijdsinterval van symptoomonset tot reperfusie; het belangrijkste prognostische tijdscriterium; streef < 120 minuten voor pPCI.
Trombolyse
Farmacologische reperfusietherapie bij STEMI wanneer primaire PCI niet binnen 120 minuten beschikbaar is; alteplase of tenecteplase; gevolgd door coronairangiografie binnen 3-24 uur.
Cardiogene shock bij STEMI
Manifeste pompfaling met systolische RR < 90 mmHg; geassocieerd met 40-50% ziekenhuismortaliteit; IABP-SHOCK II toonde geen meerwaarde van IABP.

STEMI: acute diagnostiek, primaire PCI en adjuvante behandeling

Diagnose en ECG-criteria

STEMI wordt gediagnosticeerd op het ECG door nieuwe ST-elevatie in ten minste twee aangrenzende afleidingen: ≥2 mm in V2-V3 (mannen ≥40 jaar: ≥2,5 mm; vrouwen en mannen <40 jaar: ≥1,5 mm in V2-V3) of ≥1 mm in overige afleidingen. Nieuw linker bundeltakblok (LBTB) of rechter bundeltakblok bij typische ischemische klachten wordt als STEMI-equivalent behandeld. Posterior STEMI toont zich als ST-depressie V1-V4 met prominente R-top.

Primaire PCI: logistiek en tijdsdoelen

Na diagnose wordt de patiënt rechtstreeks naar het cathlab getransporteerd. Antistollingstherapie wordt voor of tijdens PCI gestart: unfractioned heparine (UFH) is standaard; bivalirudine of enoxaparine zijn alternatieven. Trombocytenaggregatieremming: aspirine 300 mg laaddosis plus ticagrelor 180 mg of prasugrel 60 mg (voorkeur boven clopidogrel bij ACS); prasugrel gecontra-indiceerd bij eerder CVA/TIA en terughoudendheid bij gewicht <60 kg of leeftijd ≥75 jaar.

Procedure

Radiale toegang heeft voorkeur boven femorale toegang vanwege lager bloedingsrisico. De culprit-lesie (infarctarterie) wordt behandeld met aspiration thrombectomie indien grote trombuslast, gevolgd door ballondilatatie en stentplaatsing. Drug-eluting stents hebben de voorkeur boven bare-metal stents. Bij multi-vatsziekte: behandel alleen de culprit-arterie acuut; complete revascularisatie van niet-culprit-letsels in een electieve setting (COMPLETE-trial).

Adjuvante therapie en nazorg

Complicaties

Vroege complicaties: ritmestoornissen (VF, VT, AV-blok), mechanische complicaties (papillairspierruptuur → acute MR, ventrikelseptumruptuur, vrije wand ruptuur), cardiogene shock. Late complicaties: post-infarct pericarditis (Dressler), linkerventrikelremodellering, aneurysma. Echocardiografie na 6-12 weken ter beoordeling van LVEF voor ICD-beslissing.

Bronnen

  1. ESC/EACTS 2024 ACS Richtlijn
  2. ESC/EAS 2019 Dyslipidemie Richtlijn
  3. IMPROVE-IT Trial — NEJM 2015

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Coronairlijden