Diagnostiek

Harttonen en hartgeruisen: auscultatie en fonocardiografie

Cardiale auscultatie is een essentiële klinische vaardigheid die snel klinische informatie verschaft over klepfunctie, vullingsdrukken en hartfunctie. Een systematische aanpak — locatie, timing, karakter, uitstraling en beïnvloeding door positie en ademhaling — leidt tot gerichte differentiaaldiagnose die echocardiografie stuurt.

Kernbegrippen

Levine-classificatie
Schaal voor intensiteit hartgeruisen: I (nauwelijks hoorbaar), II (zacht), III (matig, geen thrill), IV (met thrill), V (luid met stethoscoop niet volledig op borst), VI (hoorbaar zonder stethoscoop).
S3-galoptoon
Vroeg-diastolische extra-toon door snelle passieve ventrikelv­ulling bij verhoogde vullingsdrukken; normaal bij kinderen/jongvolwassenen; pathologisch bij HF, MR, VSD; laagfrequent, best gehoord met klokkant.
S4-galoptoon
Presystolische extra-toon door boezemsystole tegen non-compliant ventrikel; geassocieerd met LVH, diastolische dysfunctie, ischae­mie; laagfrequent, best gehoord met klokkant.
Opening snap
Extra toon vroeg in de diastole bij mitralisstenose; hoe korter de S2-OS-interval, hoe ernstiger de stenose.
Ejection click
Vroeg-systolisch klik-geluid bij biscuspide aortak­lep of pulmonale stenose; direkt na S1; hoog-frequent.

Normale harttonen

S1 (eerste hartoon): sluiting mitraal- en tricuspidalisklep; best gehoord apex; intensiteit varieert met PR-interval. S2 (tweede hartoon): sluiting aorta- (A2) en pulmonaalklep (P2); best gehoord 2e intercostaalruimte; fysiologische splijting tijdens inspiratie normaal bij jongeren. A2 > P2 normaal; P2 > A2 bij pulmonale hypertensie.

Pathologische extra tonen

Hartgeruisen

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

Bronnen

Terug naar Diagnostiek & Beeldvorming