Mechanisme

Aldosteron en het RAAS: fysiologie en farmacologische aangrijpingspunten

Het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS) is een hormonale cascade die bloeddruk, natriumbalans en weefseltrofiek reguleert. Overactivatie draagt bij aan hypertensie, hartfalen, nierziekte en atherosclerose. Het RAAS biedt meerdere farmacologische aangrijpingspunten: ACE-remmers, angiotensine II-receptorblokkers (ARB's), mineralocorticoïdreceptorantagonisten (MRA's) en de nieuwere ARNI's (sacubitril/valsartan).

Kernbegrippen

Renine
Enzym uitgescheiden door de juxtaglomerulaire cellen van de nier bij hypotensie, natriumdepletie of sympathicusactivatie; knipt angiotensinogeen naar angiotensine I.
Angiotensine II (Ang II)
Actief peptide: veroorzaakt vasoconstrictie (AT1-receptor), aldosteronafgifte, natriumretentie, cardiale hypertrofie en pro-fibrotische effecten.
Aldosteron
Mineralocorticoïd uitgescheiden door de bijnierschors; stimuleert renale natriumretentie en kaliumexcretie; cardiale/renale fibrose bij overactivatie.
MRA
Mineralocorticoïdreceptorantagonist: spironolacton, eplerenon, finerenon; blokkeren aldosteronreceptor; gebruikt bij hartfalen, hypertensie en nu ook CKD bij diabetes.
ARNI
Angiotensine receptor-neprilysineinhibitor: sacubitril/valsartan; verhoogt natriuretische peptiden via neprilysinereductie + Ang II-blokkade; superieur aan enalapril bij HFrEF (PARADIGM-HF).

Het RAAS: fysiologie en farmacologische interventies

RAAS-cascade

Renine klieft het leverproduct angiotensinogeen naar angiotensine I (Ang I). ACE (angiotensin-converting enzyme) in de longcapillairen converteert Ang I naar het biologisch actieve angiotensine II. Ang II bindt aan AT1-receptoren en veroorzaakt: (1) directe arteriolairevasoconstrictie, (2) aldosteronafgifte uit de bijnierschors, (3) ADH-afgifte uit de hypofyse, (4) renale natriumretentie via de proximale tubulus en (5) sympatische activatie. Chronische RAAS-activatie leidt tot cardiale en renale remodellering via pro-fibrotische en proliferatieve signaalwegen.

ACE-remmers

Remmen Ang II-productie en verhogen bradykinineconcentraties (ook ACE breekt bradykinine af). Indicaties: hypertensie, HFrEF, post-MI, diabetische nefropathie. Bijwerking: ACE-remmer-hoest (bradykinine-gemedieerd, 10-15%); angio-oedeem (zeldzaam maar potentieel ernstig). Contra-indicaties: zwangerschap, bilaterale nierslagaderstenose, hyperkaliëmie.

Angiotensine II-receptorblokkers (ARB's)

Blokkeren de AT1-receptor zonder bradykinine-effect. Identiek cardiovasculair profiel als ACE-remmers, maar geen hoest. Gebruikt bij ACE-remmer-intolerantie. Combinatie ACE-remmer + ARB is gecontra-indiceerd (ONTARGET: geen voordeel, meer bijwerkingen).

Mineralocorticoïdreceptorantagonisten (MRA's)

ARNI: sacubitril/valsartan

Sacubitril remt neprilysine (endopeptidase dat ANP, BNP en bradykinine klieft), waardoor natriuretische peptiden accumuleren → natriurese, vasodilatatie en anti-fibrotische effecten. Valsartan blokkeert gelijktijdig AT1-receptor. PARADIGM-HF: superieur aan enalapril bij HFrEF (HR 0,80 voor composiet CV-sterfte/HF-hospitalisatie). Eerste keus bij HFrEF in ESC 2021 richtlijn.

Bronnen

  1. CONSENSUS Trial — enalapril bij ernstige HFrEF (NEJM 1987)
  2. RALES Trial — spironolacton bij HFrEF (NEJM 1999)
  3. EPHESUS Trial — eplerenon na MI met LV-disfunctie (NEJM 2003)
  4. ESC 2021 HF Guidelines

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Farmacologie