Geneesmiddel

Amiodaron: farmacologie, schildklier- en longtoxiciteit

Amiodaron heeft eigenschappen van alle vier Vaughan Williams-klassen, maar werkt primair via kaliumkanaalblokking met verlengde actiepoteniaalduur. Het is zeer effectief bij zowel supraventriculaire als ventriculaire aritmieën, inclusief levensbedreigende VT/VF. De klinische bruikbaarheid wordt echter beperkt door een uitgebreid bijwerkingenprofiel, in het bijzonder schildklier- en longtoxiciteit.

Kernbegrippen

Amiodaron-geïnduceerde hypothyreoïdie
Wolff-Chaikoff-effect: jodiumoverbelasting remt schildklierhormoonproductie; frequenter dan hyperthyreoïdie; behandel met levothyroxine.
Amiodaron-geïnduceerde hyperthyreoïdie
Type 1 (Jod-Basedow, bij pre-existente autonomie) of type 2 (destructieve thyroïditis); kan heftig zijn; overleg endocrinoloog.
Amiodaron longfibrosis
Dosisafhankelijke interstitiële longziekte; presentatie: dyspnoe, droge hoest, koorts; diagnostiek: HRCT, DLCO-daling.
Halfwaardetijd amiodaron
40-55 dagen door ophoping in vetweefsel, lever en longen; bijwerkingen kunnen maanden na staken aanhouden.
Cornea-microdeposities
Nagenoeg universeel bij langdurig gebruik; symptomen minimaal; soms haloverschijnsel; reversibel na staken.

Farmacologie en toxiciteit van amiodaron

Farmacodynamiek en -kinetiek

Amiodaron bevat twee jodiumatomen (37% jodium per gewicht) en is sterk lipofiel. Het accumuleert in vet, lever, longen, schildklier en huid. De halfwaardetijd bedraagt 40-55 dagen, waardoor het maanden duurt voor steady-state bereikt wordt bij oraal gebruik. Laaddosering (600-1200 mg/dag voor 1-2 weken) is noodzakelijk. Na staken persisteren spiegels 3-12 maanden.

Ionkanaaleffecten (multi-klasse)

Resultaat: brede antiaritmische werking bij AF, VT, VF, SVT. Minder pro-aritmisch risico dan andere klasse III-middelen, ondanks QTc-verlenging (bidirectionele ionkanaaleffecten beschermen waarschijnlijk).

Schildkliertoxiciteit

Jodiumoverbelasting (~200 mg jodium/dag bij standaarddosering) veroorzaakt bij 15-20% van langdurig gebruikers schildklierdisfunctie. Monitor TSH, FT4 elke 6 maanden:

Longtoxiciteit

Amiodaron longtoxiciteit treedt op bij 1-5% van gebruikers; risico neemt toe bij hogere cumulatieve dosis en bij pre-existente longziekte. Presentatie: progressieve dyspnoe, droge hoest, laaggradige koorts, soms pleurapijn. HRCT: gelijkmatige of perifere verdichting met mogelijk glas-in-loodbeel. DLCO-daling is een vroeg functioneel teken. Bij verdenking: stop amiodaron, overleg pneumoloog, overweeg prednison.

Overige toxiciteit

Interacties

Amiodaron inhibeert CYP2C9 (warfarine ↑, dosisreductie 30-50% noodzakelijk), CYP3A4 (statines ↑), P-glycoproteïne (digoxine ↑, halveer digoxinedosis). Combinatie met andere QT-verlengende middelen verhoogt risico op torsades de pointes.

Bronnen

  1. ESC 2020 AF Guidelines — amiodaron bij AF
  2. Farmacotherapeutisch Kompas — amiodaron
  3. Goldschlager N et al. — Praktische richtlijnen voor amiodaron-gebruik en -monitoring (JAMA 2000)

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Farmacologie