Calciumantagonisten: dihydropyridinen vs. non-DHP
Calciumantagonisten blokkeren voltage-afhankelijke L-type calciumkanalen in vasculair glad spierweefsel en het myocard. Dihydropyridinen werken voornamelijk op de vaatwand; non-dihydropyridinen hebben bovendien een negatief chronotroop en dromotroop effect. De keuze tussen beide subklassen bepaalt grotendeels de klinische toepassing.
Kernbegrippen
- Dihydropyridine (DHP)
- Subklasse calciumantagonisten (amlodipine, nifedipine, felodipine) met overwegend vasculaire selectiviteit; weinig cardiale depressie.
- Non-dihydropyridine (non-DHP)
- Verapamil en diltiazem: remmen naast vaattonus ook de sinusknoop en AV-knoop, bruikbaar bij SVT en voorkamerfibrilleren.
- Reflextachycardie
- Compensatoire hartslagverhoging door vasodilatatie bij kortwerkende DHP-preparaten; minder bij langwerkende formuleringen.
- Negatief chronotroop effect
- Verlaging van de hartfrequentie door remming van de sinusknoopautomaticiteit; kenmerk van verapamil en diltiazem.
- Perifer oedeem
- Frequente bijwerking van DHP-calciumantagonisten door arteriële vasodilatatie met relatieve venulocapillaire drukverhoging.
Farmacologie van calciumantagonisten
Werkingsmechanisme
Calciumantagonisten blokkeren L-type Ca²⁺-kanalen die bij depolarisatie opengaan. In vasculair glad spierweefsel verhindert dit calciuminstroom en ontspant de vaatwand, waardoor de arteriële weerstand daalt. In het myocard en het geleidingssysteem vertraagt de lagere calciuminstroom de contractiliteit, sinusknoopfrequentie en AV-geleiding.
Dihydropyridinen
Amlodipine, nifedipine (retard) en felodipine binden preferentieel aan de geïnactiveerde toestand van vasculaire calciumkanalen. Hierdoor is de vasculaire selectiviteit hoog en zijn cardiale effecten klinisch gering. Indicaties omvatten hypertensie, stabiele angina pectoris en het syndroom van Raynaud. Amlodipine heeft een halfwaardetijd van 35-50 uur, waardoor eenmaal daagse dosering mogelijk is en de bloeddrukdaling geleidelijk verloopt.
- Amlodipine: 5-10 mg/dag; meest gebruikt in NL; safe bij hartfalen met bewaarde of verminderde ejectiefractie
- Nifedipine retard: 30-90 mg/dag; kortwerkende formulering is gecontra-indiceerd na MI
- Felodipine: 2,5-10 mg/dag; hoge vasculaire selectiviteit, minder oedeem
Non-dihydropyridinen
Verapamil en diltiazem binden aan het open kanaal en hebben daardoor ook cardiale effecten. Beide verlengen de PR-tijd en verlagen de hartfrequentie. Ze worden toegepast bij boezemfibrilleren (frequentiecontrole), paroxysmale supraventriculaire tachycardie en stabiele angina, met name als bèta-blokkers gecontra-indiceerd zijn.
- Verapamil: 120-480 mg/dag (verdeeld); sterk negatief inotroop — combinatie met bèta-blokker gecontra-indiceerd wegens risico op AV-blok en cardiogene shock
- Diltiazem: 120-360 mg/dag (retard); minder cardiodepressief dan verapamil; populair bij angina + relatieve bèta-blokkercontra-indicatie
Klinisch relevante vergelijking
Bij hartfalen met gereduceerde EF zijn non-DHP calciumantagonisten gecontra-indiceerd vanwege hun negatief inotroop effect. DHP-calciumantagonisten (met name amlodipine) zijn veilig en kunnen bij persisterende angina of hypertensie worden toegevoegd. Bij boezemfibrilleren met snelle ventrikelrespons zijn non-DHP's eerste keus als bèta-blokkers niet verdragen worden.
Bijwerkingen
- DHP: perifer oedeem (enkel/kuit), hoofdpijn, flushing, reflextachycardie bij kortwerkende formules
- Non-DHP: bradycardie, obstipatie (verapamil), AV-blok bij combinatie met digoxine of bèta-blokker
- Grapefruitsap inhibeert CYP3A4 en verhoogt plasmaconcentraties van DHP-calciumantagonisten significant