Trombocytenaggregatieremmers: aspirine, P2Y12-remmers en GP IIb/IIIa
Plaatjesactivatie speelt een centrale rol bij arteriële trombose. Trombocytenaggregatieremmers blokkeren verschillende stappen in de activatiecascade: aspirine remt TXA2-synthese, P2Y12-remmers blokkeren ADP-gemedieerde activatie en GP IIb/IIIa-antagonisten verhinderen de definitieve kruisverbinding via fibrinogeen. Combinatietherapie (DAPT) wordt standaard na coronaire stentplaatsing.
Kernbegrippen
- COX-1-remming
- Irreversibele acetylering van cyclo-oxygenase-1 door aspirine remt TXA2-synthese voor de levensduur van de trombocyt (7-10 dagen).
- P2Y12-receptor
- ADP-receptor op trombocyten; activatie leidt tot versterkte aggregatie; doelwit van clopidogrel, ticagrelor en prasugrel.
- DAPT
- Dual antiplatelet therapy: combinatie aspirine + P2Y12-remmer na coronaire stent of ACS; duur afhankelijk van klinische situatie.
- GP IIb/IIIa-antagonist
- Abciximab, eptifibatide, tirofiban; blokkeren de finale gemeenschappelijke pathway van aggregatie; IV gebruik bij PCI met hoog risico.
- CYP2C19-polymorfisme
- Genetische variatie die clopidogrelactivering bepaalt; poor metabolizers hebben verminderd effect; relevant voor stenttromboserisico.
Farmacologie van trombocytenaggregatieremmers
Aspirine: COX-1-remming
Aspirine acetyleert irreversibel het COX-1-enzym in trombocyten. Doordat trombocyten geen celkern bezitten, kunnen ze het enzym niet herstellen — het effect duurt de volledige levensduur (7-10 dagen). COX-1-remming vermindert TXA2-productie, een krachtige plaatjesaggregator en vasoconstrictor. Lage dosis aspirine (75-100 mg/dag) volstaat voor maximale trombocytenremming; hogere doses verhogen GI-bloedingsrisico zonder extra trombocyteneffect.
P2Y12-remmers
P2Y12-receptorremming verhindert ADP-gemedieerde trombocytactivatie en versterking van de aggregatie. Drie middelen zijn beschikbaar:
- Clopidogrel: prodrug, activering via CYP2C19; bij poor metabolizers (10-15% blanken) onvoldoende effect; reversibele binding aan P2Y12; standaard bij PCI in stabiele angina, perifeer vaatlijden, beroerte
- Ticagrelor: directe P2Y12-remmer (geen activering nodig); reversibele binding; snellere en sterkere remming dan clopidogrel; PLATO-trial: superieur aan clopidogrel bij ACS (HR 0,84 MACE); bijwerking: dyspnoe (10-15%, adenosine-gemedieerd)
- Prasugrel: prodrug, efficiëntere activering via CYP3A4/CYP2C19; sterker en uniformer effect dan clopidogrel; TRITON-TIMI 38: minder stenttrombose maar meer bloedingen; contra-indicatie: leeftijd >75 jaar, gewicht <60 kg, beroerte/TIA in anamnese
GP IIb/IIIa-antagonisten
Glycoproteïne IIb/IIIa is de finale gemeenschappelijke pathway: fibrinogeen kruisverbindt geactiveerde GP IIb/IIIa-receptoren op aangrenzende trombocyten. Blokkade verhindert stabiele trombusvormering. Middelen (abciximab, eptifibatide, tirofiban) worden IV gegeven, uitsluitend bij hoog-risico PCI of therapieresistente trombuslast. Door superieure orale P2Y12-remmers is het gebruik sterk gedaald.
DAPT-duur na stentplaatsing
- Stabiele angina, DES: 6 maanden DAPT (aspirine + clopidogrel); verkorting naar 1-3 maanden bij hoog bloedingsrisico (ARC-HBR criteria)
- ACS: 12 maanden DAPT (aspirine + ticagrelor of prasugrel); overweeg verlenging bij hoog ischemisch risico (DAPT-score)
- Oraal anticoagulans + stent (bijv. AF): triple therapie kort (1-4 weken), dan OAC + één plaatjesremmer voor 12 maanden