Geneesmiddel

ACE-remmers bij HFrEF

ACE-remmers (angiotensine-converterend-enzymremmers) zijn al decennia een pijler van de HFrEF-behandeling. Ze verminderen de mortaliteit bij HFrEF significant door remming van het RAAS. De CONSENSUS- (1987) en SOLVD-trials (1991) vestigden hun bewijs. Bij intolerantie door hoest is een ARB het alternatief; bij aanhoudende klachten overweeg een switch naar ARNI.

Kernbegrippen

ACE-remmer
Geneesmiddelen die angiotensine-converterend enzym remmen, waardoor angiotensine II en aldosteron dalen en bradykinine stijgt; vasodilatatoir en neurohormonaal actief.
CONSENSUS-trial (1987)
RCT die enalapril vs. placebo bij ernstig HFrEF (NYHA IV) aantoonde: 40% mortaliteitsreductie na 6 maanden.
SOLVD-trial (1991)
RCT bij milde-matige HFrEF: enalapril verlaagde mortaliteit en hartfalenopname significant bij NYHA II–III.
Hoest
Meest voorkomende bijwerking van ACE-remmers (10–15%): droge prikkelhoest door bradykinineaccumulatie; reden voor switch naar ARB.
Eerste-dosis hypotensie
Scherpe bloeddrukdaling na eerste ACE-remmerdosis bij ondervulde patiënten; start laag, titreer langzaam.

ACE-remmers bij HFrEF: werking, evidence en praktisch gebruik

Werkingsmechanisme

ACE-remmers blokkeren het angiotensine-converterend enzym, waardoor de omzetting van angiotensine I naar angiotensine II wordt verhinderd. Dit leidt tot vermindering van vasoconstrictie, aldosteronsecretie en sympatische activatie. Tevens accumuleert bradykinine, wat aanvullende vasodilatatie en cardioprotectieve effecten geeft maar ook verantwoordelijk is voor hoest als bijwerking.

Klinische evidence

CONSENSUS (1987): enalapril vs. placebo bij NYHA IV — 40% mortaliteitsreductie na 6 maanden, 27% na 1 jaar. SOLVD-behandeling (1991): NYHA II–III — 16% relatieve mortaliteitsreductie, 26% daling in hartfalenopname. ATLAS (1999): hoge dosis lisinopril superieur aan lage dosis voor morbiditeit; aanbeveling om te titreren naar maximale dosis.

Indicaties en doseringsrichtlijnen (ESC 2021)

Klasse I bij alle HFrEF-patiënten (EF <40%) zonder contra-indicaties. Doeldoseringen: enalapril 10–20 mg 2dd, ramipril 5–10 mg 1dd, lisinopril 20–35 mg 1dd, captopril 50 mg 3dd. Start met lage dosis, verdubbel iedere 1–2 weken op geleide van bloeddruk, nierfunctie en kalium.

Bijwerkingen

Overweeg switch naar ARNI

Bij patiënten die ondanks optimale ACE-remmer + bètablokker + MRA nog NYHA II–III hebben en EF ≤40%: switch naar sacubitril/valsartan (ARNI). PARADIGM-HF toonde superieure mortaliteitsreductie (20% relatief vs. enalapril). Washout van 36 uur vóór starten ARNI om angio-oedeem te vermijden.

Bronnen

  1. CONSENSUS Trial — NEJM 1987
  2. SOLVD Treatment Trial — NEJM 1991
  3. ESC 2021 Guidelines for Heart Failure
  4. Farmacotherapeutisch Kompas — ACE-remmers

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Hartfalen