Acuut hartfalen: presentatie en spoedbehandeling
Acuut hartfalen is een levensbedreigende toestand die onmiddellijke medische aandacht vereist. Het omvat nieuwe of verslechterde hartfalensymptomen die tot spoedopname leiden, variërend van acuut longoedeem tot cardiogene shock. Snelle hemodynamische classificatie bepaalt de eerste behandelstrategie.
Kernbegrippen
- Acuut longoedeem
- Acuut hartfalen met ernstige dyspneu door transudatie van vocht in de longalveoli; medische urgentie.
- Killip-classificatie
- Klinische classificatie van acuut hartfalen bij ACS: I (geen crepitaties), II (basale crepitaties), III (longoedeem), IV (cardiogene shock).
- Warm-wet / Cold-wet
- Hemodynamisch profiel: 'warm' = adequate perfusie; 'cold' = perifere vasoconstrictie/shock; 'wet' = congestie; gebruikt voor het sturen van therapie.
- NT-proBNP
- Biomarker voor ventrikelstress; bij acuut hartfalen sterk verhoogd; helpt diagnose bevestigen en prognose bepalen.
- CPAP/NIV
- Niet-invasieve beademing; verlaagt preload, verbetert oxygenatie bij acuut longoedeem; reduceert behoefte aan intubatie.
Acuut hartfalen: presentatie, diagnostiek en spoedbehandeling
Klinische presentaties
Acuut hartfalen presenteert zich op vier manieren: (1) acuut longoedeem met ernstige dyspneu en hypoxemie; (2) hypertensief hartfalen met hoge bloeddruk en relatief behouden cardiac output; (3) cardiogene shock met hypoperfusie; (4) geïsoleerd rechtsventrikelfalen. Elke presentatievorm vraagt een specifieke therapeutische aanpak.
Snelle diagnostiek
In de acute fase: ECG (ischemie, ritmestoornis), thoraxfoto (longoedeem, cardiomegalie), arteriële bloedgasanalyse, NT-proBNP/BNP, troponine, nierfunctie en elektrolyten. Point-of-care echo bij de bed voor het beoordelen van LVEF, vullingstoestand (IVC-diameter) en pleuravocht.
Hemodynamisch profiel en behandelstrategie
Gebruik het 'warm/cold – wet/dry' profiel voor initiële triagerichting:
- Warm en nat (meest frequent): congestie met adequate perfusie → diuretica intraveneus, nitraten bij hypertensie.
- Koud en nat: laag cardiac output met congestie → vasopressoren/inotropica + diuretica; overweeg mechanische ondersteuning.
- Koud en droog: laag cardiac output zonder congestie → voorzichtige vochttoediening, inotropica.
Farmacologische behandeling
Intraveneuze lisdiuretica (furosemide) zijn de hoeksteen: startdosis ≥ equivalente orale dosis, of hogere dosis bij diureticaresistentie. Nitraten (nitroglycerine, isosorbide dinitraat) verlagen preload en afterload snel bij hypertensief longoedeem. Morfine wordt afgeraden (verhoogde mortaliteit in observationele data). Niet-invasieve ventilatie (CPAP/BIPAP) verbetert oxygenatie en reduceert intubatiebehoefte. Bij lage cardiac output: dobutamine of levosimendan als inotropicum.
Monitoring en transitie naar chronische behandeling
Dagelijkse meting van gewicht, urineproductie, nierfunctie en elektrolyten. Streef naar dagelijkse negatieve vochtbalans van 1–2 liter in de eerste 48–72 uur. Vóór ontslag: optimaliseer orale medicatie en plannen voor vroege poliklinische controle (binnen 1–2 weken) ter preventie van vroege hernieuwde opname.