Geneesmiddel

Bètablokkers bij HFrEF: carvedilol, bisoprolol, metoprolol

Bètablokkers zijn samen met ACE-remmers/ARNI de langst bewezen klasse bij HFrEF. Drie middelen — carvedilol, bisoprolol en metoprolol-CR — hebben in afzonderlijke grote RCT's mortaliteitsreductie aangetoond van 34–65%. Ze remmen de cardiotoxische effecten van chronische sympatische overactivatie bij hartfalen.

Kernbegrippen

Carvedilol
Niet-selectieve bètablokker + alfa1-blokkade; bewezen in US Carvedilol HF Study (65% mortaliteitsreductie) en COPERNICUS.
Bisoprolol
Selectieve bèta1-blokker; bewezen in CIBIS-II (34% mortaliteitsreductie bij NYHA III–IV).
Metoprolol-CR/XL
Selectieve bèta1-blokker, gereguleerde afgifte; bewezen in MERIT-HF (34% mortaliteitsreductie).
CIBIS-II (1999)
RCT bisoprolol vs. placebo bij NYHA III–IV HFrEF: vroegtijdig gestopt wegens significante mortaliteitsreductie (34%).
Start bij decompensatie
Bètablokkers niet starten bij acuut gedecompenseerd hartfalen; bij opname reeds gebruikende patiënten: continueer zo mogelijk, doseer niet op.

Bètablokkers bij HFrEF: carvedilol, bisoprolol en metoprolol

Rationale en werkingsmechanisme

Chronische sympatische activatie bij hartfalen leidt tot cardiomyocyttoxiciteit, bèta-receptordownregulatie, aritmieën en progressieve LV-disfunctie. Bètablokkers doorbreken deze vicieuze cirkel door remming van catecholamine-gemedieerde schade, verlaging van hartfrequentie (verbeterd diastolisch vullingsinterval), en antiaritmisch effect.

Klinische evidence — drie bewezen middelen

Niet alle bètablokkers zijn gelijkwaardig — alleen deze drie zijn klasse I-aanbevolen (ESC 2021). Atenolol, metoprolol tartaraat en nebivolol zijn NIET equivalent bewezen bij HFrEF.

Dosering en titratie

Verdubbel dosis iedere 2 weken op geleide van bloeddruk, hartfrequentie en symptomen. Start laag, ga langzaam — te snelle ophoging bij gedecompenseerd hartfalen kan verslechtering geven.

Wanneer starten en wanneer stoppen

Start bètablokker bij stabiel euvolemisch hartfalen — niet bij acuut gedecompenseerd hartfalen of bij symptomatische hypotensie. Bij opname: continueer bestaande bètablokker indien hemodynamisch stabiel; verlaag dosis bij lage bloeddruk of bradycardie; stop alleen bij cardiogene shock. Na opname: herstart zodra patiënt klinisch stabiel is.

Bronnen

  1. CIBIS-II — Lancet 1999
  2. MERIT-HF — Lancet 1999
  3. ESC 2021 Guidelines for Heart Failure
  4. Farmacotherapeutisch Kompas — Bètablokkers

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Hartfalen