Aandoening

Cardiogene shock

Cardiogene shock is de meest ernstige vorm van acuut hartfalen, gekenmerkt door kritische hypoperfusie van vitale organen ondanks adequate vulling. De mortaliteit bedraagt 40–50% ondanks moderne behandeling. Vroege herkenning, snelle revascularisatie bij ACS en tijdige inzet van mechanische circulatoire ondersteuning (MCS) zijn essentieel.

Kernbegrippen

Cardiogene shock
Hemodynamische toestand met cardiac index <2,2 L/min/m², PCWP >18 mmHg en systolische bloeddruk <90 mmHg ondanks adequate vulling.
SCAI-classificatie
Vijfstadia classificatie van cardiogene shock (A–E): A=at risk, B=beginning, C=classic, D=deteriorating, E=extremis. Stuurt behandelintensiteit.
Intraaortale ballonpomp (IABP)
Mechanisch ondersteunend systeem dat diastolisch de aorta opblaast; verbetert coronaire perfusie maar toont in IABP-SHOCK II geen mortaliteitsvoordeel.
Impella
Percutane microaxiaalpomp die bloed uit LV naar aorta pompt; biedt hogere cardiac output-ondersteuning dan IABP.
ECMO (VA-ECMO)
Extracorporele membraanoxygenatie: bypast hart en longen bij meest ernstige shock; overbruggingsstrategie naar herstel of transplantatie.

Cardiogene shock: diagnose, classificatie en behandeling

Definitie en oorzaken

Cardiogene shock is gedefinieerd als persisterende hypotensie (systolisch <90 mmHg >30 min) met tekenen van orgaanhypoperfusie (oligurie, altered consciousness, koude extremiteiten, verhoogd lactaat) ten gevolge van primaire cardiale disfunctie. Meest voorkomende oorzaak: acuut myocardinfarct met extensief LV-verlies (>40% LV-massa). Andere oorzaken: acute mitralisregurgitatie, septumruptuur, rechterventrikel-infarct, myocarditis, eindstadium chronisch hartfalen.

Diagnostiek

Naast klinische criteria: arteriële lijn voor continue bloeddrukmonitoring, centrale veneuze katheter, echocardiografie (LV-functie, kleplijden, pericard), bloedgasanalyse (lactaat, gemengd veneuze saturatie). Pulmonalisarteriekatheter overweeg bij diagnostische twijfel of therapieresistentie.

SCAI-classificatie

De SCAI-classificatie (2019, herzien 2022) biedt gestandaardiseerde communicatie en stuurt behandelintensiteit. Stadium C (classic shock) vereist doorgaans vasopressoren en/of MCS. Stadium D en E vragen intensieve interventie inclusief MCS-escalatie of ECMO.

Farmacologische behandeling

Norepinefrine is het voorkeursmiddel bij vasoplegie (SOAP II-studie); dopamine gaf meer ritmestoornissen. Dobutamine bij dominante low output. Combinatie bij gemengd profiel. Beperk vasopressorenduur gezien orgaantoxiciteit.

Mechanische circulatoire ondersteuning

IABP toonde geen mortaliteitsvoordeel in IABP-SHOCK II (2012) maar wordt nog gebruikt als overbrugging. Impella biedt hemodynamische voordelen maar nog geen bewezen mortaliteitsreductie in RCT's (IMPRESS, DanShock). VA-ECMO bij meest ernstige shock (stadium E); hoge complicatiekans (bloeding, infectie, limb-ischemie). Vroege verwijzing naar hartfalencentrum met MCS-ervaring is essentieel.

Revascularisatie

Bij ACS-gerelateerde shock: directe PCI van de culprit-laesie (SHOCK-trial). Routinematige complete revascularisatie in de acutefase werd ontraden in CULPRIT-SHOCK (2017): verhoogde nierfalen en mortaliteit.

Bronnen

  1. ESC 2021 Guidelines for Heart Failure
  2. 2021 ESC Guidelines on Acute Coronary Syndromes
  3. IABP-SHOCK II — NEJM 2012

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Hartfalen