Geneesmiddel

Diuretica bij hartfalen: lisdiuretica, thiaziden en combinaties

Diuretica zijn de hoeksteen van symptoomatische behandeling bij hartfalen met vochtretentie. In tegenstelling tot de andere vier pijlers is er geen mortaliteitsbewijs voor diuretica, maar ze zijn onmisbaar voor verlichting van dyspneu, oedeem en congestie. Lisdiuretica (furosemide, bumetanide, torasemide) zijn de meest gebruikte klasse; bij diureticaresistentie is combinatietherapie met thiaziden effectief.

Kernbegrippen

Lisdiureticum
Remt Na-K-2Cl-cotransporter in de lis van Henle; sterk natriuretisch effect; meest gebruikte klasse bij hartfalen.
Furosemide
Prototype lisdiureticum; orale biobeschikbaarheid variabel (10–100%); bij vochtretentie verminderd; i.v. betrouwbaarder bij acuut decompenseerd hartfalen.
Torasemide
Lisdiureticum met stabielere orale biobeschikbaarheid (80–90%) en langer werkingsduur dan furosemide; enige studie (TORIC) suggereerde lagere mortaliteit.
Diureticaresistentie
Onvoldoende diuretisch respons ondanks adequate dosis; oorzaken: Na-retentie (rebound), verminderde tubulaire secretie bij nierfalen, NSAID-gebruik, lage cardiac output.
Sequentiële nefronsegmentblokkade
Combinatie lisdiureticum + thiazide of metolazon voor doorbraak van diureticaresistentie; nauwe monitoring van elektrolyten vereist.

Diuretica bij hartfalen: klassen, dosering en diureticaresistentie

Klassen diuretica bij hartfalen

Drie klassen zijn relevant:

Dosering bij chronisch hartfalen

Titreer op klinisch beeld: dagelijks gewicht, oedeem, dyspneu. Streef naar droog lichaamsgewicht. Furosemide startdosis 20–40 mg/dag, optitreren naar 80–240 mg/dag. Torasemide 5–20 mg/dag. Bij iedere decompensatie: tijdelijke dosisverhoging en herstart zodra euvolemisch. Patiënten kunnen zelf deeldosis aanpassen ('flexibele diuretica').

Diureticaresistentie: herkennen en aanpakken

Definitie: onvoldoende diurese (<100 mL/uur de eerste 2 uur i.v.) of onvoldoende gewichtsafname. Aanpak stapsgewijs:

Monitoring

Elektrolyten en nierfunctie na dosiswijzigingen. Hyponatriëmie bij overmatige diurese → vochtrestrictie. Hypokaliëmie verhoogt aritmierisico — combineer met MRA of kaliumsupplementatie. Stijging kreatinine tot 30% acceptabel bij effectieve decongestie.

Bronnen

  1. ESC 2021 Guidelines for Heart Failure
  2. NHG-Standaard Hartfalen
  3. Farmacotherapeutisch Kompas — Lisdiuretica

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Hartfalen