Echocardiografie bij hartfalen: wat te meten
Echocardiografie is de belangrijkste diagnostische modaliteit bij hartfalen: het is breed beschikbaar, vrij van straling en geeft directe informatie over EF, ventrikelgeometrie, klepfunctie en vuldrukkken. Een gestructureerd echocardiografisch rapport bij hartfalen bevat minimaal een set kernparameters die zijn vastgelegd door de ESC en EACVI.
Kernbegrippen
- Biplanosmethode (Simpson)
- Gestandaardiseerde methode voor LV-volumemetrie en EF-berekening uit apicale 4-kamer en 2-kamerprojekties; aanbevolen boven M-mode.
- GLS (global longitudinal strain)
- Speckle tracking-parameter voor myocardiale deformatie; gevoeliger dan EF voor vroege systolische disfunctie; <-18% is abnormaal.
- E/e' ratio
- Maat voor LV-vuldrukken: hoge E-golf (vroege transmitrale instroom) gedeeld door e' (weefseldopplersnelheid annulus); >14 suggereert verhoogde LVEDP.
- TR-max-snelheid
- Maximale tricuspidalisregurgitatiesnelheid; >2,8 m/s suggereert verhoogde pulmonale arteriële druk (PASP >36 mmHg).
- IVC-diameter en compressibiliteit
- Vena cava inferior-diameter in M-mode; >21 mm met <50% collaps bij inspiratie suggereert verhoogde RAP (>10 mmHg).
Echocardiografie bij hartfalen: kernparameters en interpretatie
Indicaties voor echocardiografie bij hartfalen
Alle patiënten met vermoeden van hartfalen dienen een echocardiografisch onderzoek te ondergaan (ESC klasse I). Herhaling na therapiestart (3–6 maanden) om EF-respons te beoordelen; bij klinische verslechtering; voor ICD/CRT-indicatiebepaling. Gestructureerd rapporteren conform EACVI-richtlijn verbetert communicatie en follow-up.
Systolische functie
EF-meting bij voorkeur met biplanosmethode (Simpson) in 2D-echo. Normaal EF ≥55%. EF 40–54%: licht verminderd (HFmrEF); <40%: HFrEF. 3D-echocardiografie geeft meer reproduceerbare volumetrie maar is niet overal beschikbaar. GLS (<-18%) detecteert vroege systolische disfunctie bij nog behouden EF (b.v. chemotherapie-toxiciteit).
Diastolische functie
Beoordeel conform ASE/EACVI 2016 richtlijn: E/A-verhouding, deceleratietijd, e' septaal en lateraal, E/e'-ratio, LA-volume-index en TR-max-snelheid. Bij ≥3 van 4 criteria voor verhoogde vuldrukken positief: significant verhoogde LVEDP.
Kleplijden
Beoordeel alle kleppen kwalitatief en kwantitatief. Secundaire mitralisregurgitatie bij HFrEF door annulusdilatatie en papilluspierdislocatie; corrigeert gedeeltelijk bij reverse remodeling. Secundaire tricuspidalisregurgitatie bij pulmonale hypertensie en RV-dilatatie. Aortastenose of -regurgitatie als primaire oorzaak van hartfalen.
Pulmonale druk en rechterhartzijde
Schat PASP via TR-max-snelheid + RAP. PASP >50 mmHg: ernstige pulmonale hypertensie; verwijzing of nadere evaluatie. RV-functie: TAPSE (<17 mm abnormaal), FAC (fractional area change <35%), en RVSP. IVC-diameter en collapsibiliteit voor RAP-schatting.