Aandoening

HFrEF: hartfalen met verminderde ejectiefractie

HFrEF, hartfalen met een ejectiefractie onder de 40%, is het best bestudeerde fenotype en kent de meeste bewezen farmacologische interventies. De ESC-richtlijn 2021 beschrijft vier geneesmiddelenklassen die elk de mortaliteit significant verlagen. Tijdige en volledige implementatie van deze quadruple therapie is het primaire doel bij iedere HFrEF-patiënt.

Kernbegrippen

HFrEF
Heart failure with reduced ejection fraction: EF <40%, systolische disfunctie staat centraal.
Quadruple therapie
De vier pijlers voor HFrEF: ACE-remmer of ARNI + bètablokker + MRA + SGLT2-remmer; elk verlaagt mortaliteit afzonderlijk.
LVEF
Left ventricular ejection fraction, gemeten met echocardiografie; <40% definieert HFrEF.
PARADIGM-HF
RCT die aantoonde dat sacubitril/valsartan superieur is aan enalapril bij HFrEF (mortaliteitsreductie 20%).
Reverse remodeling
Herstel van ventrikelvorm en -functie na optimale medicamenteuze behandeling; EF kan stijgen boven 40%.

HFrEF: hartfalen met verminderde ejectiefractie

Definitie en diagnose

HFrEF wordt gedefinieerd als hartfalen met een linkerventrikel-ejectiefractie (LVEF) <40%, gemeten met echocardiografie. De diagnose vereist ook klinische symptomen en/of tekenen passend bij hartfalen. Echocardiografie is de hoeksteen van diagnostiek en geeft tevens informatie over oorzaak (wandbewegingsstoornissen bij ischemie, dilatatie bij DCM) en comorbiditeiten.

Farmacologische behandeling: vier pijlers

Alle vier klassen verlagen de mortaliteit onafhankelijk van elkaar en dienen bij elke HFrEF-patiënt zonder contra-indicatie te worden gestart (ESC 2021, klasse I aanbeveling):

Aanvullende farmacotherapie

Bij persisterende symptomen (NYHA II–III, EF ≤35%, sinusritme, HF ≥75 spm ondanks bètablokker): ivabradine toevoegen (SHIFT-studie). Vericiguat bij hoogrisico patiënten na recente hartfalenopname (VICTORIA-studie). Digoxine heeft een beperkte rol bij persisterende symptomen en sinusritme.

Devices

Bij EF ≤35% na ≥3 maanden optimale medicamenteuze behandeling: ICD ter preventie van plotse hartdood (klasse I). CRT bij LBTB, QRS ≥150 ms en EF ≤35% (klasse I). Overweeg LVAD of harttransplantatie bij eindstadium hartfalen.

Streefwaarden en follow-up

Doel is titratie naar maximaal getolereerde doseringen. Controleer nierfunctie, elektrolyten en bloeddruk na elke dosiswijziging. Herhaal echocardiografie na 3–6 maanden om reverse remodeling te beoordelen — bij EF ≥40% spreken we van 'recovered EF', maar therapie wordt gecontinueerd.

Bronnen

  1. ESC 2021 Guidelines for Heart Failure
  2. PARADIGM-HF — NEJM 2014
  3. CONSENSUS Trial — NEJM 1987
  4. DAPA-HF — NEJM 2019

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Hartfalen