NHG-Standaard Hartfalen 2021: voor de huisarts
De NHG-Standaard Hartfalen 2021 is de leidraad voor de huisarts bij de zorg voor patiënten met hartfalen. De standaard beschrijft wanneer de huisarts zelf kan behandelen, wanneer te verwijzen, en hoe de samenwerking met de tweede lijn georganiseerd moet worden. Chronische stabiele hartfalenzorg vindt grotendeels in de huisartsenpraktijk plaats.
Kernbegrippen
- NHG-Standaard
- Wetenschappelijk onderbouwde richtlijn van het Nederlands Huisartsen Genootschap voor de huisartsenpraktijk; update 2021 incorporeert SGLT2-remmers.
- NT-proBNP drempelwaarden (NHG)
- Bij vermoeden hartfalen in huisartsenpraktijk: NT-proBNP <125 pg/mL stabiel: hartfalen onwaarschijnlijk; verhoogd: verwijzen voor echocardiografie.
- Verwijsindicaties
- NHG adviseert verwijzing bij: (1) eerste diagnose voor echocardiografie; (2) EF-daling of -verbetering; (3) onvoldoende respons op behandeling; (4) overweging van apparaattherapie.
- Shared care model
- Samenwerking huisarts en cardioloog/hartfalenverpleegkundige voor chronische follow-up; huisarts doet reguliere controles, cardioloog bij complicaties of therapiewijzigingen.
- Zelfmanagement
- Patiënteneducatie over dagelijks wegen, diureticaflexibiliteit, zoutbeperking en signalering van verslechtering; klasse I in ESC 2021.
NHG-Standaard Hartfalen 2021: kernpunten voor de huisarts
Diagnostiek in de huisartsenpraktijk
Huisarts meet NT-proBNP bij klinisch vermoeden van hartfalen. Drempelwaarden: <125 pg/mL (stabiel): hartfalen onwaarschijnlijk, overweeg alternatieve diagnose. >125 pg/mL: verhoogde waarde, verwijzing voor echocardiografie. ECG aanvullend: normaal ECG maakt hartfalen minder waarschijnlijk.
Behandeling in de huisartsenpraktijk
Na diagnose en therapiestart in de tweede lijn kan de huisarts de chronische zorg overnemen. De NHG-Standaard 2021 beschrijft:
- Start en titratie van ACE-remmer, bètablokker, MRA: door huisarts mogelijk bij stabiele HFrEF na initiële cardiologische evaluatie.
- SGLT2-remmers: opgenomen in de standaard op basis van DAPA-HF en EMPEROR-Reduced; huisarts kan initiëren of continueren.
- Diuretica: huisarts titrert op gewicht en symptomen; flexibele diuretica-instructie aan patiënt.
Wanneer verwijzen
- Eerste diagnose: altijd voor echocardiografie (tweede lijn).
- Onvoldoende therapierespons ondanks optimale medicamenteuze behandeling.
- EF ≤35% voor beoordeling ICD/CRT-indicatie.
- Overweging ARNI (sacubitril/valsartan).
- Acuut gedecompenseerd hartfalen: spoedindicatie.
- Klinische verslechtering of diagnosetwijfel.
Follow-up en zelfmanagement
Frequentie controles: instabiel of recent gedecompenseerd: wekelijks; stabiel: 3–6 maandelijks. Controleer gewicht, bloeddruk, hartfrequentie, klachten, oedeem, nierfunctie en elektrolyten. Geef patiënteneducatie over dagelijks wegen (≥2 kg stijging in 2 dagen → actie nemen), zoutbeperking (<2 gram Na/dag) en vochtbeperking bij ernstige hyponatriëmie.