Classificatie van bloeddruk: ESC 2024
De ESC-richtlijn Verhoogde Bloeddruk 2024 herziet de bloeddrukclassificatie en verlaagt de behandeldrempel ten opzichte van 2018. De term 'verhoogde bloeddruk' vervangt de eerdere categorie 'hoog normaal', en de behandelaanbevelingen zijn aangescherpt op basis van nieuw bewijs voor vroege interventie bij lagere drempelwaarden.
Kernbegrippen
- Optimale bloeddruk
- SBP <120 mmHg en DBP <80 mmHg (ESC 2024); laagste cardiovasculaire risico in observationele studies.
- Verhoogde bloeddruk (elevated)
- SBP 120–139 mmHg of DBP 80–89 mmHg (ESC 2024); nieuwe categorie die hoog normaal en graad 1 hypertensie gedeeltelijk vervangt; overweeg behandeling bij hoog CV-risico.
- Hypertensie graad 1
- SBP 140–159 mmHg of DBP 90–99 mmHg; eerste behandeldrempel voor farmacologische therapie.
- Hypertensie graad 2
- SBP 160–179 mmHg of DBP 100–109 mmHg; vrijwel altijd farmacologische behandeling vereist.
- Hypertensie graad 3
- SBP ≥180 mmHg of DBP ≥110 mmHg; urgente behandeling vereist; exclusief hypertensieve crisis met orgaanschade.
Classificatie van bloeddruk: ESC 2024-criteria en behandeldrempels
ESC 2024-classificatie
De nieuwe classificatie (ESC 2024) introduceert vijf categorieën:
- Optimaal: SBP <120 en DBP <80 mmHg.
- Normaal: SBP 120–129 en/of DBP 80–84 mmHg.
- Hoog normaal: SBP 130–139 en/of DBP 85–89 mmHg.
- Hypertensie graad 1: SBP 140–159 en/of DBP 90–99 mmHg.
- Hypertensie graad 2: SBP ≥160 en/of DBP ≥100 mmHg (ESC 2024 fusioneerde graad 2 en 3 voor behandeldrempel, maar behield graad 3 definitie ≥180/110 voor urgentieafweging).
Wijzigingen ten opzichte van ESC 2018
De meest ingrijpende wijziging: in 2018 werd 'hoog normaal' gedefinieerd als 130–139/85–89 mmHg met alleen leefstijladviezen. ESC 2024 adviseert farmacologische behandeling bij 'hoog normaal' (130–139/85–89 mmHg) als het cardiovasculair risico hoog is of als er doelorgaanschade bestaat (nieuw: klasse IIa). Dit sluit aan bij de SPRINT-studie die aantoonde dat een streefwaarde van <120 mmHg (systolisch) betere cardiovasculaire uitkomsten gaf bij hoog-risico patiënten.
Behandeldrempels en -doelen (ESC 2024)
- SBP ≥140/DBP ≥90 mmHg + hoog/zeer hoog CV-risico: start medicamenteuze therapie (klasse I).
- SBP 130–139 mmHg bij hoog CV-risico of doelorgaanschade: overweeg farmacologische therapie (klasse IIa — nieuw).
- Behandeldoel: SBP 120–129 mmHg bij de meeste patiënten; 130–139 mmHg bij ouderen (>70–75 jaar) of bij slechte tolerantie.
Thuismeting en ABPM
ABPM (ambulante bloeddruk 24-uurs meting) is de referentiestandaard. Maskerede hypertensie (normaal in spreekkamer, verhoogd thuis) en witte-jashypertensie worden gediagnosticeerd via ABPM of HBPM. Nachtelijke bloeddruk: >120/70 mmHg abnormaal; non-dipper-profiel (geen nachtdaling) heeft hogere cardiovasculaire risico.