Praktijk

Hypertensie bij ouderen: wanneer behandelen, wanneer afbouwen?

Hypertensiebehandeling bij ouderen verlaagt aantoonbaar het risico op beroerte, hartfalen en cardiovasculaire sterfte. Bij kwetsbare ouderen (frailty, polypharmacie, cognitieve daling) vragen de bijwerkingsrisico's (orthostase, vallen) om genuanceerde besluitvorming over start, intensiteit en eventueel afbouwen van therapie.

Kernbegrippen

HYVET-trial
RCT bij ≥80-jarigen met systolische ≥160 mmHg: indapamide ± perindopril gaf 30% beroertereductie en 21% totale mortaliteitsreductie.
Frailty
Kwetsbaarheid-syndroom; geassocieerd met verhoogd bijwerkingsrisico bij antihypertensieve therapie; vraagt om voorzichtiger tituleren.
Deprescribing
Gericht en veilig afbouwen van medicatie bij kwetsbare ouderen; bij hypertensie overwegen bij lage bloeddruk, vallen of symptomen van overdosering.
SPRINT-trial (ouderen)
Subgroepanalyse ≥75 jaar: intensieve behandeling (<120 mmHg) reduceerde cardiovasculaire events ook bij geselecteerde fitte ouderen.
Orthostase-hypotensie
Systolische daling ≥20 mmHg bij opstaan; frequent bij ouderen op antihypertensiva; verhoogt valrisico.

Bewijs voor behandeling

HYVET toonde dat behandeling van systolische hypertensie (≥160 mmHg) bij ≥80-jarigen met indapamide ± perindopril de beroertekans met 30% en totale sterfte met 21% reduceerde. Ook bij 70–79-jarigen is bewijs sterk. Onthoud dat zelfs bij 85-plussers de absolute risicoreductie groot is door het hoge uitgangsrisico.

Behandeldrempels en streefwaarden

Middelenkeuze bij ouderen

Wanneer afbouwen?

Overweeg deprescribing bij:

Afbouwen geleidelijk (halveer dosis elke 2 weken); controleer bloeddruk en klachten na elke stap.

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

Bronnen

Terug naar Hypertensie