Aandoening

Primaire (essentiële) hypertensie

Primaire of essentiële hypertensie heeft geen enkelvoudige oorzaak maar berust op een complex samenspel van genetische en omgevingsfactoren. Het vertegenwoordigt 90–95% van alle hypertensieve patiënten. Leefstijlinterventies vormen de basis van behandeling, aangevuld met farmacotherapie bij onvoldoende bloeddrukdaling of hoog cardiovasculair risico.

Kernbegrippen

Primaire (essentiële) hypertensie
Verhoogde bloeddruk zonder aanwijsbare enkelvoudige oorzaak; polygenetisch, multifactorieel; vertegenwoordigt 90–95% van alle hypertensieve patiënten.
Zoutgevoeligheid
Individuele variabiliteit in bloeddrukrespons op zoutinname; circa 50% van de hypertensieve patiënten is 'zoutgevoelig'; relevant voor dieetadvisering en thiazide-effect.
Renale RAAS-activatie
Overmatige renine-secretie en angiotensine II-productie draagt bij aan hypertensie bij subgroep; basis voor effectiviteit ACE-remmers en ARB's.
Leefstijlinterventies
Zoutbeperking (<5g/dag), gewichtsreductie (1 mmHg per kg), DASH-dieet, matige alcoholconsumptie, lichaamsbeweging — elk verlagen bloeddruk significant.
Combinatietherapie
ESC 2024 beveelt combinatie van twee middelen als starttherapie aan bij graad 1 hypertensie met hoog CV-risico of graad 2+; voorkeur voor vaste combinatiepil.

Primaire (essentiële) hypertensie: pathogenese, risicofactoren en behandeling

Pathogenese

Primaire hypertensie ontstaat door een combinatie van: genetische varianten (tientallen loci geïdentificeerd via GWAS), renale natriumretentie, overgewicht en obesitas (insulineresistentie, sympathicusactivering), hoge zoutinname, lage kaliumconsumptie, alcoholgebruik, sedentariteit, oxidatieve stress en laaggradige inflammatie. Het sympathisch zenuwstelsel en het RAAS zijn de twee voornaamste efferente pathways die de bloeddruk verhogen.

Risicofactoren

Leefstijlinterventies (klasse I, ESC 2024)

Farmacotherapie: eerste keus en combinatiestrategie

Vijf klassen zijn evidence-based eerste keuze (ESC 2024): ACE-remmers/ARB's, calciumantagonisten (DHP), thiaziden/thiazide-achtige diuretica, bètablokkers (in specifieke situaties), en aldosteronantagonisten. ESC 2024 beveelt starttherapie met een twee-middelen-combinatie aan in de meeste gevallen: ACE-remmer of ARB + DHP-calciumantagonist of thiazide. Enkelpil-combinaties verbeteren therapietrouw aanzienlijk (combinatiepil).

Bronnen

  1. ESC 2024 Hypertension Guidelines
  2. NHG-Standaard Cardiovasculair Risicomanagement (CVRM)
  3. Farmacotherapeutisch Kompas — Primaire hypertensie

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Hypertensie