Secundaire hypertensie: oorzaken en opsporing
Secundaire hypertensie heeft een identificeerbare, potentieel cureerbare oorzaak en vertegenwoordigt 5–10% van alle hypertensieve patiënten — mogelijk meer bij therapieresistente hypertensie (tot 30%). Herkenning is essentieel: behandeling van de onderliggende oorzaak kan de bloeddruk normaliseren. Primair hyperaldosteronisme, renovasculaire hypertensie en obstructieve slaapapneu zijn de meest voorkomende oorzaken.
Kernbegrippen
- Primair hyperaldosteronisme (PA)
- Meest voorkomende oorzaak van secundaire hypertensie (~10% bij therapieresistentie); verhoogde aldosteronsecretie onafhankelijk van het RAAS; hypokaliëmie klassiek maar afwezig bij 50%.
- Aldosteron-renine-ratio (ARR)
- Screeningstest voor PA: verhoogde aldosteron/renine-ratio (>30–50, afhankelijk van eenheid); bevestig met confirmatietest (zoutbelasting of fludrocortison).
- Renovasculaire hypertensie
- Nierslagaderstenose (atherosclerotisch of FMD) leidt tot renine-overproductie en RAAS-activering; flash longoedeem, plotse nierfunctievermindering bij ACE-remmer zijn rode vlaggen.
- Fibromusculaire dysplasie (FMD)
- Niet-inflammatoire niet-atherosclerotische nierslagaderafwijking bij jonge vrouwen; typisch 'pearl-necklace' angiografisch patroon; behandelbaar met PTA.
- Slaapapneu (OSAS)
- Obstructieve slaapapneu is sterk geassocieerd met hypertensie (60–80% van OSAS-patiënten heeft hypertensie); CPAP verlaagt bloeddruk met gemiddeld 2–3 mmHg.
Secundaire hypertensie: oorzaken, opsporing en behandeling
'Rode vlaggen' voor secundaire hypertensie
Verdenk secundaire hypertensie bij: therapieresistente hypertensie (drie middelen inclusief diureticum onvoldoende), hypertensie voor de 40e levensjaar, plotse verergering van bekende hypertensie, hypokaliëmie zonder diureticagebruik, klachten passend bij feochromocytoom (hoofdpijn, zweten, palpitaties), nierfunctievermindering bij ACE-remmer-start.
Meest voorkomende oorzaken
- Primair hyperaldosteronisme (~10% bij hypertensie, ~30% bij therapieresistentie): screenen met ARR; bevestigen met zoutbelastingstest. Behandeling: eenzijdig adrenoom → adrenalectomie; bilaterale hyperplasie → spironolacton/eplerenon.
- Renovasculaire hypertensie (2–5%): atherosclerotische stenose (ouderen) of FMD (jonge vrouwen). Doppler-echo nierslagaders als eerste stap; CTA of MRA voor anatomische beoordeling. Behandeling: PTA (FMD) of stenting (atherosclerose bij indicatie).
- Slaapapneu (10–30%): STOP-BANG vragenlijst voor screening; polysomnografie voor diagnose. CPAP verlaagt bloeddruk maar beperkt effect op nachtelijke daling.
- Nierparenchymziekten: CKD, diabetische nefropathie; meest voorkomende secundaire oorzaak overall.
- Feochromocytoom/paraganglioom (zeldzaam <0,2%): verhoogde plasma metanefrinen of urinekatecholaminen. Behandeling: chirurgische resectie na blokkade met alfa-blokker.
- Hypothyreoïdie: diastolische hypertensie; normalisering na schildklierhormoonsuppletie.
- Medicamenteuze oorzaken: NSAID's, orale anticonceptiva, decongestiva, lakrits (glycyrrhetinezuur), calcineurineremmers.
Screeningsalgoritme
Bij verdenking: (1) ARR (PA); (2) plasma metanefrinen (feochromocytoom); (3) nierfunctie + echo (nierparenchymziekte); (4) Doppler nierslagaders (renovasculair); (5) TSH (hypothyreoïdie); (6) STOP-BANG + polysomnografie (slaapapneu).