Wat is hypertensie?
Hypertensie (verhoogde bloeddruk) is de meest prevalente behandelbare cardiovasculaire risicofactor wereldwijd en een leidende oorzaak van hartinfarcten, beroertes, hartfalen en chronische nierschade. In Nederland heeft circa 30% van de volwassenen een verhoogde bloeddruk, waarvan een groot deel onbehandeld of onvoldoende behandeld. Gestructureerde aanpak van hypertensie heeft de grootste potentiële impact op cardiovasculaire mortaliteitsreductie.
Kernbegrippen
- Hypertensie
- Chronisch verhoogde arteriële bloeddruk, gedefinieerd als ≥140/90 mmHg in de spreekkamer (ESC 2024) of ≥130/80 mmHg thuis (HBPM) of bij ambulante meting (ABPM).
- Systolische bloeddruk (SBP)
- Maximale druk tijdens hartcontractie; sterkste cardiovasculaire risicofactor, met name bij ouderen; elk 20 mmHg SBP-stijging verdubbelt het CV-risico.
- Doelorgaanschade
- Subklinische of manifeste schade aan hart (LVH), nieren (microalbuminurie, GFR-daling), bloedvaten (arteriosclerose, IMT) en ogen (retinopathie) als gevolg van hypertensie.
- RAAS
- Renine-angiotensine-aldosteronsysteem: centrale regulator van de bloeddruk; overactief bij primaire hypertensie en bij hyperaldosteronisme; aangrijpingspunt voor ACE-remmers, ARB's en MRA.
- J-curve fenomeen
- Hypothetische toename van CV-risico bij te lage bloeddruk door therapeutisch ingrijpen; bewijs beperkt; meest relevant bij diastolisch ≤70 mmHg bij coronairlijden.
Wat is hypertensie? Definitie, epidemiologie en doelorgaanschade
Definitie en diagnostische drempelwaarden
Hypertensie wordt gedefinieerd als een persistente verhoging van de arteriële bloeddruk boven de drempelwaarden die zijn vastgesteld op basis van cardiovasculair risicobewijsmateriaal. ESC 2024 classificatie: normotensief <130/80 mmHg; verhoogd >130/85 mmHg; hypertensie ≥140/90 mmHg (spreekkamer). Thuis (HBPM): ≥135/85 mmHg; ambulante meting (ABPM): ≥130/80 mmHg (dag) of ≥120/70 mmHg (nacht).
Epidemiologie
Wereldwijd heeft circa 1,3 miljard mensen hypertensie. In Nederland: ~30% van de volwassenen; prevalentie stijgt sterk met leeftijd (60% bij 70-plussers). Slechts 40–50% van de hypertensieve patiënten is adequaat behandeld. Hypertensie is verantwoordelijk voor circa 54% van alle beroertes en 47% van alle ischemische hartaandoeningen wereldwijd.
Pathofysiologie
Bij primaire (essentiële) hypertensie (90–95%): multifactorieel — genetische varianten, overgewicht, zoutinname, sedentariteit, oxidatieve stress, endotheeldisfunctie en laaggradige inflammatie. RAAS-overactivatie, verhoogd sympathisch tonus en verminderde nitraat-NO-productie dragen bij. Bij secundaire hypertensie (5–10%): renovasculaire oorzaken, primair hyperaldosteronisme, nierschade, slaapapneu, hypothyreoïdie.
Doelorgaanschade
Chronische hypertensie veroorzaakt progressieve doelorgaanschade:
- Hart: LV-hypertrofie, diastolische disfunctie, ischemische hartziekte, hartfalen (HFpEF).
- Nieren: nefrosclerose, proteïnurie (microalbuminurie als vroeg teken), GFR-daling.
- Bloedvaten: arteriosclerose, verhoogde aorta-stijfheid (pulsdrukverhoging), intima-mediathoek dikte vergroting (IMT).
- Ogen: hypertensieve retinopathie (silver wiring, AV-nicking, papiloedeem bij maligne hypertensie).
- Hersenen: lacunaire infarcten, wittestofafwijkingen, cognitief verval.