Diagnostiek

Hartgeruisen: klinische herkenning en betekenis

Auscultatie van het hart is een fundamentele klinische vaardigheid die bij geroutineerde uitvoering waardevolle informatie geeft over hartklepafwijkingen. Hoewel echocardiografie de diagnose bevestigt, is het herkennen van hartgeruisen essentieel voor gerichte doorverwijzing en het stellen van de juiste differentiaaldiagnose bij een patiënt met klachten.

Kernbegrippen

Souffle de Roger
Luid (graad IV-VI) holosystolisch geruis links parasternaal bij ventrikel septumdefect; niet altijd klinisch significant ondanks luid geruis.
Gradering geruisen (Levine)
Intensiteitsgradering I-VI: I = nauwelijks hoorbaar, II = zacht maar duidelijk, III = matig luid, IV = luid met thrill, V = hoorbaar met stethoscoop nauwelijks aanliggend, VI = hoorbaar zonder stethoscoop.
Ejection click
Hoog frequent klik vroeg in systole bij bicuspide aortaklep of pulmonalisstenose; direct na S1; wijst op klepafwijking.
Presystolische accentuering
Versterking van het diastolische rommelen van mitralistenose direct voor S1 bij sinusritme; verdwijnt bij atriumfibrilleren.

Systematische auscultatie

Luister altijd in vier zones: apex (mitralis), linkse sternumrand (tricuspidalis, pulmonalis), tweede intercostaalruimte rechts (aorta), tweede intercostaalruimte links (pulmonalis). Beoordeel: hartgeluiden S1 en S2 (splitsing, intensiteit), extra geluiden (S3, S4, clicks), geruisen (timing, toon, intensiteit, fortplanting, beïnvloeding door houding en ademhaling).

Systolische geruisen

Diastolische geruisen

Klinische context

Geruis alleen is niet voldoende voor diagnose of behandelkeuze — echocardiografie is altijd nodig. Verwijs patiënten met nieuw of significant geruis: systolisch geruis graad ≥III/VI, elk diastolisch geruis, pansystolisch geruis, geruis bij cardiale symptomen of verdenking kleplijden.

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

Bronnen

Terug naar Kleplijden