Praktijk

TAVI: transcatheter aortaklepimplantatie

Transcatheter aortaklepimplantatie (TAVI) heeft de behandeling van ernstige aortastenose gerevolutioneerd. Van initieel voorbehouden aan inoperabele patiënten is TAVI nu ook geïndiceerd bij intermediair en laag chirurgisch risico op basis van grote gerandomiseerde trials (PARTNER, SURTAVI, EVOLUT-Low Risk). De ESC-richtlijn 2021 benadrukt hartteambesluitvorming en patiëntspecifieke factoren bij de keuze tussen TAVI en chirurgische klepvervanging.

Kernbegrippen

TAVI (transcatheter aortaklepimplantatie)
Implantatie van een klepprothese via katheter (transfemorale of alternatieve route) in de natieve of gedegenereerde biologische aortaklep, zonder open thorax of hartlongmachine.
STS-PROM score
Society of Thoracic Surgeons predicted risk of mortality; chirurgisch hoog risico: ≥8%; intermediair: 4-8%; laag: <4%; gebruikt in TAVI-indicatiestelling.
Valve-in-valve TAVI
TAVI-implantatie in een gedegenereerde biologische aortaklepprothese; vermijdt heroperatie; soms beperkt door kleine prothesediameter (lage opening pressure).
Pacemaker-behoefte na TAVI
Permanente pacemaker nodig bij 10-25% afhankelijk van kleptype; door compressie van het geleidingssysteem (links bundeltakblok, AV-blok); minder bij self-expanding dan bij balloon-expandable prothesen.

TAVI: transcatheter aortaklepimplantatie — indicaties, techniek en uitkomsten

Historische ontwikkeling en risicostratificatie

TAVI werd in 2002 door Cribier voor het eerst uitgevoerd bij een inoperabele patiënt. PARTNER-1 (2010): TAVI vs. conservatief bij inoperabel — significante overlevingswinst. PARTNER-2 (2016) en SURTAVI (2017): TAVI non-inferior aan chirurgie bij intermediair risico. PARTNER-3 en EVOLUT Low Risk (2019): TAVI niet-inferieur of superieur aan chirurgie bij laag chirurgisch risico.

Huidige indicaties (ESC 2021)

Procedure en toegangsroutes

Transfemorale toegang (TF) is de voorkeurroute (>90% van procedures): katheterisatie via arteria femoralis communis, retrograde passage van de aortaklepring. Alternatieve routes bij iliofemorale obstructie: transapicaal (chirurgische mini-thoracotomie), transaortaal, transaxillair, transcarotidaal. Kleptypen: balloon-expandable (Sapien, Edwards) en self-expanding (CoreValve/Evolut, Medtronic). Lokale anesthesie + sedatie is standaard voor TF-TAVI; algemene anesthesie bij transsapicale benadering.

Complicaties en follow-up

Bronnen

  1. ESC/EACTS 2021 Valvular Heart Disease Guidelines
  2. PARTNER-3 Trial (laag risico) — Mack et al., NEJM 2019
  3. EVOLUT Low Risk Trial — Popma et al., NEJM 2019
  4. PARTNER-1 Trial — Leon et al., NEJM 2010

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Kleplijden