Praktijk

CKD-controle: taakverdeling huisarts en specialist

CKD-controle is een gedeelde verantwoordelijkheid van huisarts en nefroloog. De NHG-Standaard CVRM en de NHG-Ketenzorgstandaard CKD beschrijven de taakverdeling. CKD G1–G3a wordt doorgaans in de huisartsenpraktijk gevolgd; CKD G3b–G5 of bij actieve progressie verwijzing naar de nefroloog.

Kernbegrippen

eGFR-drempel voor verwijzing
eGFR <30 mL/min/1,73m² (G4–G5): verwijzing nefroloog aanbevolen. eGFR <20: anticiperen op niervervangende therapie.
Jaarlijkse controle CKD
Minimale frequentie: eGFR en ACR per jaar bij stabiele CKD G1–G3a; frequenter bij progressie of behandelwijziging.
PIEK-criteria
Progressief Increasing Electrolytes/Kreatinine: alarmsignalen die verwijzing urgenter maken.
POH-S (praktijkondersteuner somatiek)
POH-S speelt centrale rol in CKD-controle in de huisartsenpraktijk: begeleidt CVRM-spreekuur, controleert labwaarden.
MDO (multidisciplinair overleg)
Overleg nefroloog, cardioloog, internist bij complexe cardiorenal patiënten; gewenst bij CKD G4+ met hartfalen.

Taakverdeling en verwijscriteria bij CKD-controle

Taakverdeling

Huisarts (NHG):

Nefroloog:

Verwijscriteria

Controlechema bij stabiele CKD

Bronnen

  1. KDIGO 2024 CKD Richtlijn — Kidney International 2024
  2. NHG-Standaard CVRM

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Chronische nierziekte