Mechanisme

Cardiovasculair risico: absolute en relatieve risico's

Het correct interpreteren van cardiovasculair risicogetallen is een fundamentele vaardigheid voor elke clinicus die preventiegesprekken voert. Het onderscheid tussen absoluut en relatief risico, en begrippen zoals 'number needed to treat' en 'populatie-attributabel risico', bepalen hoe behandeleffecten worden gecommuniceerd en afgewogen.

Kernbegrippen

Absoluut risico
De kans dat een individu een cardiovasculaire gebeurtenis ontwikkelt in een bepaalde periode (bijv. 10-jaarsrisico op fatale of niet-fatale hart- en vaatziekte).
Relatief risico (RR)
Verhouding van het risico in de behandelde groep ten opzichte van de controlegroep; geeft de sterkte van een associatie weer maar zegt niets over het absolute risico.
Absolute risicoreductie (ARR)
Verschil in absoluut risico tussen behandelde en onbehandelde groep; klinisch relevanter dan relatieve risicoreductie.
Number needed to treat (NNT)
Aantal patiënten dat behandeld moet worden om één extra uitkomst te voorkomen; NNT = 1/ARR; hoe lager, hoe gunstiger de behandeling.
Populatie-attributabel risico (PAR)
Deel van de ziektelast in de populatie dat toeschrijfbaar is aan een bepaalde risicofactor; geeft aan hoeveel winst populatiebrede interventie oplevert.

Absoluut en relatief cardiovasculair risico: begrippen en klinische toepassing

Absoluut versus relatief risico

Een statine reduceert het risico op een hartinfarct met 25% (relatief). Voor een patiënt met 20% 10-jaarsrisico betekent dit een ARR van 5% (NNT=20). Dezelfde 25% relatieve reductie bij een patiënt met 4% risico geeft slechts ARR 1% (NNT=100). Relatieve getallen zijn constanter over risicogroepen; absolute getallen zijn klinisch relevanter voor de individuele patiënt.

Risicocommunicatie

NNT in perspectief

Een NNT van 50 over 5 jaar (1 event per 50 behandelde patiënten) is klinisch acceptabel voor een veilige, goedkope interventie zoals een statine bij hoog absoluut risico. Dezelfde NNT voor een dure of belastende interventie vraagt een andere afweging.

Leeftijd en absoluut risico

Absolute risico's stijgen sterk met leeftijd, ongeacht het relatieve risicoprofiel. SCORE2-OP corrigeert hiervoor; een 80-jarige met identieke risicofactoren als een 50-jarige heeft een veel hoger absoluut risico maar een kortere risicohorizon. Dit beïnvloedt de beslissing over preventieve behandeling.

Bronnen

  1. ESC 2021 CVD Prevention Guidelines
  2. NHG-Standaard CVRM
  3. Gigerenzer G et al. — Risicocommunicatie met patiënten (BMJ 2007)

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Preventie & Risicoschatting