Cardiovasculaire risicofactoren: modificeerbaar en niet-modificeerbaar
Cardiovasculaire risicofactoren worden traditioneel onderscheiden in modificeerbare en niet-modificeerbare factoren. Modificeerbare factoren bieden aanknopingspunten voor preventie, terwijl niet-modificeerbare factoren de basisdrempel bepalen. Kennis van de sterkte van elk risicofactor stuurt prioritering van interventies.
Kernbegrippen
- Klassieke risicofactoren
- Roken, hypertensie, hypercholesterolemie, diabetes mellitus en familiaire belasting; geïdentificeerd door de Framingham-studie; verantwoordelijk voor het merendeel van de cardiovasculaire ziektelast.
- Niet-traditionele risicofactoren
- Lp(a), hsCRP, homocysteïne, microalbuminurie, psychosociale stress, slaapapneu, reumatische ziekten, HIV; verhogen risico boven klassieke risicofactoren.
- Familiaire hypercholesterolemie (FH)
- Genetische aandoening met sterk verhoogd LDL-cholesterol vanaf de geboorte; sterk verhoogd levenslang CV-risico; cascade screening bij eerstegraadsfamilieleden.
- Lp(a)
- Lipoproteine(a); genetisch bepaald lipoproteine; bij >50 mg/dL (>125 nmol/L) significant verhoogd risico op MI en aortaklepstenose; niet beïnvloedbaar door leefstijl of statines.
- Metabole gezondheid
- Combinatie van normale bloeddruk, bloedglucose, taille-omvang, triglyceriden en HDL; meerdere afwijkingen (metabool syndroom) geven multiplicatief verhoogd CV-risico.
Overzicht cardiovasculaire risicofactoren en hun klinische betekenis
Modificeerbare risicofactoren
- Roken: 2-4x verhoogd risico; sterkste modificeerbare risicofactor; stopen reduceert risico al binnen 1-2 jaar aanzienlijk
- Hypertensie: lineaire relatie met CV-risico vanaf 115/75 mmHg; behandeling verlaagt beroerte-risico met 35-40%, MI-risico met 20-25%
- LDL-cholesterol: 'lager is beter' principe; elke 1 mmol/L LDL-daling geeft circa 20% RRR op major CV events
- Diabetes mellitus: 2-4x verhoogd risico; microvascular en macrovascular complicaties; SGLT2-remmers en GLP-1 RA verlagen CV events
- Fysieke inactiviteit: OR 1,5-2,0 voor CV-ziekte; matige aerobe activiteit (150 min/week) geeft substantiële risicoreductie
- Obesitas en centraal vet: taille-omvang >94 cm (M) of >80 cm (V) als risicomarker
Niet-modificeerbare risicofactoren
- Leeftijd: dominante determinant van absoluut risico
- Geslacht: mannen 10 jaar eerder manifest CV-event dan vrouwen; bescherming verdwijnt na menopauze
- Familieanamnese: eerstegraads familielid met premature CV-ziekte (<55 jaar man, <65 jaar vrouw) geeft 1,5-2x verhoogd risico
Risicoversterkers
Lp(a) ≥50 mg/dL, coronair calciumscore ≥100 AU, hsCRP ≥2 mg/L, ABI <0,9, eiwituria, psychosociale stress en reumatoïde artritis zijn risicoversterkers die de risicocategorie kunnen opwaarderen bij borderline patiënten.