Richtlijn

ESC-richtlijn Pulmonale hypertensie 2022: kernpunten

De ESC/ERS-richtlijn Pulmonale hypertensie 2022 brengt twee grote wijzigingen: de hemodynamische definitie van PH wordt aangescherpt van mPAP >25 naar >20 mmHg, en de pulmonale vasculaire weerstand-drempel wordt verlaagd. Vroege initiële combinatietherapie bij PAH (groep 1) wordt nu als standaard beschouwd op basis van RCT-data.

Kernbegrippen

Pulmonale arteriële hypertensie (PAH)
Groep 1 PH: prekapillaire PH door vasculaire remodellering (idiopathisch, erfelijk, of geassocieerd met CTD/CHD/portale hypertensie).
mPAP
Gemiddelde pulmonaalarteriepressure; nieuwe definitie PH: mPAP >20 mmHg (was >25 mmHg); gemeten via rechtshartcatheterisatie.
PVR
Pulmonale vasculaire weerstand; nieuwe drempel voor prekapillaire PH: ≥2 Wood Units (was >3 WU).
ERA
Endothelinereceptorantagonist: ambrisentan, bosentan, macitentan; blokkeren vasoconstrictie en remodellering via endotheline-1.
Risicoklasse PAH
ESC-risicocategorisatie (laag/intermediair/hoog) op basis van NYHA-klasse, 6MWT, BNP/NTproBNP, hemodynamiek; stuurt behandelescalatie.

ESC-richtlijn Pulmonale hypertensie 2022: kernpunten

Herziene hemodynamische definitie

Tot 2022 werd PH gedefinieerd als mPAP >25 mmHg in rust bij rechtshartcatheterisatie. De 2022-richtlijn verlaagt deze grens naar >20 mmHg op basis van epidemiologisch bewijs dat mPAP 21-24 mmHg al gepaard gaat met verhoogde mortaliteit. De PVR-grens voor prekapillaire PH wordt verlaagd van >3 naar ≥2 Wood Units. Dit leidt tot meer patiënten die voor classificatie en eventuele behandeling in aanmerking komen.

Groepsindeling (herzien 2022)

Behandeling PAH: vroege combinatietherapie

Initiële combinatietherapie bij nieuwgediagnosticeerde PAH zonder ernstige rechterhartfalen: ambrisentan + tadalafil (AMBITION-trial, 2015: 50% risicoreductie vs. monotherapie). Bij hoog risico: triple therapie (ERA + PDE5-remmer + prostacycline-analoog of selexipag) als doelstelling. Monotherapie is niet langer standaard bij nieuw gediagnosticeerde PAH.

Risicogebaseerde behandelstrategie

Bij elk follow-upmoment wordt de risicoklasse (laag/intermediair-laag/intermediair-hoog/hoog) bepaald op basis van NYHA-klasse, 6-minuten-loopafstand, BNP/NTproBNP, echocardiografie en hemodynamiek. Doel is bereiken van laag-risicoklasse. Indien onvoldoende response: escaleer therapie of verwijs voor longtransplantatie.

CTEPH

Chronisch trombo-embolische PH (groep 4): pulmonale endarteriëctomie (PEA) is de curatieve behandeling bij operabele anatomie. Bij niet-operabele CTEPH: riociguat (solubeleguanylaat-cyclasestimulator) en ballonpulmonale angioplastiek (BPA). Levenslange anticoagulatie.

Bronnen

  1. ESC/ERS 2022 Pulmonale Hypertensie Guidelines — EHJ
  2. AMBITION Trial (combinatietherapie PAH) — NEJM 2015
  3. CHEST-1 Trial (riociguat bij CTEPH) — NEJM 2013
  4. Farmacotherapeutisch Kompas — ERA/PDE5-remmers

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Richtlijnen