ESC-richtlijn Sportcardiologie en sport bij hartpatiënten 2020
De ESC-richtlijn Sportcardiologie 2020 behandelt pre-participatiescreening, sportgeschiktheid bij bekende hartaandoeningen en preventie van plotse hartdood bij sporters. Centraal staat de balans tussen de cardiovasculaire voordelen van sport en de zeldzame maar ernstige risico's bij onderliggende hartaandoeningen.
Kernbegrippen
- Pre-participatiescreening
- Evaluatie van cardiovasculaire gezondheid vóór deelname aan wedstrijdsport; in Europa: anamnese, lichamelijk onderzoek en ECG standaard voor competitieve atleten.
- Atleten-ECG
- Fysiologische adaptaties bij getrainde atleten: sinusbradycardie, AV-blok I, vroege repolarisatie, LV-hypertrofie-criteria; moet worden onderscheiden van pathologische veranderingen.
- Commotio cordis
- VF na stomp precordiale impact (hockey-puck, honkbal) bij structureel normaal hart; preventie via borstbeschermers; behandeling: directe defibrillatie (AED).
- Sportrestrictie bij HCM
- Competitiesport gecontra-indiceerd bij HCM; recreatief sport met lage-matige intensiteit doorgaans toegestaan na individuele risicobeoordeling.
- Atlete's heart
- Fysiologische cardiale adaptaties bij langdurig duurtraining: LV-dilatatie, milde hypertrofie, verhoogde slagvolume, bradycardie; onderscheid van cardiomyopathie cruciaal.
ESC-richtlijn Sportcardiologie 2020: kernpunten
Pre-participatiescreening
De ESC beveelt voor competitieve atleten pre-participatiescreening aan inclusief een 12-afleidingen-ECG (Europees model, in tegenstelling tot het Amerikaanse model dat ECG optioneel houdt). Screening detecteert HCM, ARVC, kanaalziekten (LQTS, Brugada) en coronairafwijkingen bij jonge atleten. False-positiefrate bij ECG is ~4% bij gebruik van Seattle Criteria (2012) of modernere internationale criteria.
Interpretatie van het atleten-ECG
Normale adaptaties: sinusbradycardie, eerste graad AV-blok, incompleet RBBB, geïsoleerde LV-voltagecriteriam, vroege repolarisatie. Pathologisch (vereist nader onderzoek): T-inversie (V2-V5), pathologische Q-golven, ST-depressie, LBBB, verlengd QTc (>480 ms mannen, >500 ms vrouwen), preëxcitatie, Brugada type 1-patroon, ectopisch atriumritme.
Sportadvies bij bekende hartaandoeningen
- HCM: geen competitiesport; recreatief sport met lage intensiteit na individuele risicobeoordeling
- ARVC: geen competitiesport; sport versnelt progressie van fibroadipeuze vervanging
- LQT-syndroom: geïndividualiseerd advies; competitiesport mogelijk bij behandeld LQTS1 met normaal QTc en ervaren team
- Boezemfibrilleren bij recreatieve sporters: anti-aritmische therapie of ablatie; sport zelf veroorzaakt AF bij master-atleten (vaguston + atriale remodellering)
- Goed behandeld hypertensie: geen restricties indien bloeddruk gecontroleerd
Plotse hartdood bij sporters
Incidentie plotse hartdood bij recreatieve sporters: 1:50.000-1:80.000 per jaar. Hoogste risico bij middel- tot hogere leeftijd (coronairlijden bij mannen 35+), jonge atleten (cardiomyopathieën, kanaalziekten). AED-beschikbaarheid op sportvelden is kosteneffectief en aanbevolen. Bystander CPR + AED binnen 3-5 min: overlevingskans >50%.