Antiaritmica: Vaughan Williams-classificatie
De Vaughan Williams-classificatie deelt antiaritmica in op basis van hun primaire werkingsmechanisme op ionkanalen en receptoren. Klasse I blokkeert natriumkanalen, klasse II betreft bètablokkers, klasse III verlengt de actiepotentiaalduur via kaliumkanaalblokkade, en klasse IV blokkeert L-type calciumkanalen. In de praktijk hebben de meeste middelen eigenschappen van meerdere klassen.
Kernbegrippen
- Klasse Ia (quinidine, procaïnamide, disopyramide)
- Natriumkanaalblokkers met gematigde kinetiek en aanvullende IKr-blokkade (QT-verlenging); beperkt gebruik door proaritmie-risico.
- Klasse Ic (flecaïnide, propafenon)
- Natriumkanaalblokkers met trage kinetiek en sterk QRS-verbreding; effectief bij AF-cardioversie; gecontra-indiceerd bij structureel hartlijden.
- Klasse III (sotalol, amiodaron, dofetilide, ibutilide)
- Kaliumkanaalblokkers die de repolarisatie verlengen (QT↑); antiaritimisch door verlengde refractaire periode; risico op torsade de pointes.
- Amiodaron
- Meest gebruikte anti-aritmicum; multi-klasse werkingsmechanisme (I/II/III/IV); effectief bij VT/VF en AF; maar extensieve bijwerkingen bij langdurig gebruik.
- Proaritmie
- Paradoxale inductie van nieuwe of ernstigere ritmestoornis door antiaritmicum; meest gevreesd bij klasse Ic en III bij structureel hartlijden.
Vaughan Williams-classificatie: mechanismen en klinisch gebruik
Klasse I: natriumkanaalblokkers
Ia: quinidine, procaïnamide — matige kinetiek, QT-verlenging, TdP-risico; weinig gebruikt. Ib: lidocaïne, mexiletine — snelle kinetiek, vrijwel alleen effectief bij ischemisch/ventriculair gebruik; lidocaïne IV bij acute VT. Ic: flecaïnide, propafenon — trage kinetiek, sterke geleidingsverlaging, QRS-verbreding; 'pill-in-the-pocket' bij pAF bij structureel normaal hart; CAST-trial: verhoogde mortaliteit bij post-MI gebruik.
Klasse II: bètablokkers
Verlagen sinusautomaticiteit, AV-geleidingsnelheid en adrenerg-gemedieerde aritmieën. Eerste lijn bij inspannings-gerelateerde aritmieën, AV-frequentieregulatie bij AF, VT bij structureel hartlijden.
Klasse III: kaliumkanaalblokkers
Sotalol: ook bètablokkade (klasse II+III); QT-controle vereist; renaal geklaard. Amiodaron: effectiefste anti-aritmicum; lange halfwaardetijd (weken); bijwerkingen (schildklier, long, lever, cornea). Dofetilide/ibutilide: zuivere IKr-blokkers; AF-cardioversie.
Klasse IV: calciumantagonisten
Verapamil en diltiazem verlagen AV-geleidingssnelheid; geïndiceerd voor frequentieregulatie bij AF en AVNRT (bij normale hartfunctie).
Beperkingen van de Vaughan Williams-classificatie
De classificatie is vereenvoudigd — amiodaron heeft eigenschappen van alle vier klassen. Nieuwere classificaties (Sicilian Gambit) beschrijven de modulatie van elk ionkanaal afzonderlijk, maar zijn minder praktisch. Proaritmisch risico verschilt per middel en per patiënt.